Sofinesse

Een blik in mijn leven, op het leven, op de wereld en alles wat daar rond staat te springen

En hoe is’t? juni 29, 2010

Gearchiveerd onder: Want zo ben ik — sofinesse @ 7:12 pm

Het is zowat de meest uitgeholde vraag die er bestaat. Eigenlijk betekent het gewoon goeiendag – ik weet verder niet per sé iets te zeggen – maar ik wil toch niet dat er een genante stilte valt – dus ik vraag maar even hoe het ermee gaat – want iedereen doet dat. De meeste mensen antwoorden dan ook uit gemakkelijkheid: “Goed jong, alles goed”. “En met u?”. “Jaja, alles ok”.  Voila, daar zijn we dan ook weer vanaf.

We hebben ze allemaal, dat soort conversaties. Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Ik doe er vrolijk aan mee, hoewel ik er eigenlijk de kriebels van krijg. Want ik zit namelijk met een probleem, als die vraag gesteld wordt. De laatste tijd krijg ik het niet over mijn lippen, die doodsimpele “goed, goed”. Want het gaat niet echt goed. Plots lijkt het trouwens ook alsof dubbel zoveel mensen mij die vraag stellen – terwijl dat waarschijnlijk gewoon niet opvalt als ge met overtuiging kunt zeggen  “Kei goed jong, dat gaat hier allemaal op rolletjes”.

Ik heb er iets tegen om niet de waarheid te zeggen. Dat lukt me gewoon niet. Ik kan niet schijnheilig “goed, goed” zeggen, als ik vanbinnen denk “Wanneer komt die zonneschijn hier na de regen?”. Tegelijkertijd heb ik ook helemaal niet de behoefte om alle miserie altijd uit de doeken te doen. En zeker niet tegen alleman. En ik wil ook vermijden dat mensen mij gaan vermijden, omdat ik altijd aan het ‘zagen’ ben. (Terwijl ik eigenlijk gewoon antwoord op de vraag)

Dus ik vraag mij oprecht af, als mensen met de welbekende vraag komen en eigenlijk gaat het niet zo goed, wat doe je dan?

 

Camping Living juni 28, 2010

Gearchiveerd onder: Thuis en al — sofinesse @ 9:03 am

Ik weet niet of u het gemerkt heeft, maar het is warm – heet zelfs. En zoals u hier kon lezen, ben ik daar ’s nachts niet zo gek van. In tegenstelling tot overdag, wanneer ik met gemak een hele dag op de Blaarmeersen kan liggen of zoals gisteren, op het geweldige dakterras van mijn buurvrouw K. (Ook al vraagt het enige lenigheid en durf om er te geraken, een keer dat je er ligt is het gewoon geweldig – en ik moest er ook niet meer af, milkshakes, water en appel werden mij gewoon gebracht!)

Maar ’s nachts dus. Hitte = Sofie slaapt niet goed. Toen ik gisterenavond om 23u binnenkwam in de slaapkamer in Ekeren, viel de hitte dan ook geweldig op mij. U moet weten, we hebben in een gigantische zolderkamer één klein veluxraampje dat een klein beetje open kan. Een klein beetje, want een gordijn dat niet kan bewegen, zorgt ervoor dat het niet een heel klein beetje veel open kan. En na een weekend vol geweldig weer, kan een niet fantastisch geïsoleerde zolderkamer op een sauna lijken. En ik hou er wel van om af en toe te zweten in mijn blootje, maar om daar nu mijn nachtrust door te brengen? Nee, bedankt. Beneden in de living is het trouwens een pak frisser. Daar kan alles open gezet worden en dat doet deugd. In de living hing zowaar een briesje en een aangename koelte.

Als je een en een optelt, dan is het niet moeilijk. Slapen in de living natuurlijk! Dus wij hebben gisterenavond de matras verhuisd, de tafel opzij geschoven en ons bedje gemaakt in de living.

 Awel, dat is dus eigenlijk kei leuk. Ik kan het iedereen aanraden. Het voelt een beetje alsof je op vakantie bent in je eigen huis. Camping living. Ook lekker handig dat de keuken (dorst, honger) en ook het toilet (hoogdringende plas die je krampachtig probeert uit te stellen, wat moeilijk lukt omdat je blaas drukt en schreeuwt “maak mij leeg”) een pak dichterbij is. Het was supergezellig op ons matrasje in de living. En lekker fris. En het is waar wat ze zeggen, verandering van spijs doet eten.

 

Zeg niet te gauw, het is weer een vrouw juni 25, 2010

Gearchiveerd onder: Er zijn zo van die dingen,Werk — sofinesse @ 9:55 am

Vroeger bestond er in het programma Schuifaf een item “De pechvogel van de week”. Die persoon kreeg dan anderhalve minuut aandacht en een soort pluchen papegaai. Wel, deze week zou ik die papegaai zeker verdiend hebben. (Gesteld dat het programma en het item nog zouden bestaan)

Vorige week donderdag is er namelijk iemand in de poep van mijn auto gereden. Gisteren wilde de auto waar ik nu even mee rijd niet starten. Auch. Ik had meteen in het snuitje hoe dat kwam. Mijn lichten laten branden, de hele dag, dat betekent een platte batterij.

En zeg niet te gauw, het is weer een vrouw. Want er zijn verzachtende omstandigheden. Mijn eigen fantastische Opel Corsa (die met de gedeukte poep) heeft namelijk het fantastische device dat hij alles afzet op het ogenblik dat ge de sleutel uit het contact trekt. Ook de lichten. Ik ben dat dus zo gewoon. Maar een blauwe Citroën C3 doet dat duidelijk niet. Tss.

Drie stoere mannen van Linkeroever Uitgevers hebben de ziel uit hun lijf gelopen, om het ding weer aan de praat te krijgen. Maar helaas kan je een auto niet in gang trappen, als die auto een automatic is (hupla, dat hebben we alweer bijgeleerd). Het moet gezegd, mannen die een auto duwen en daarachter lopen alsof hun leven er van af hangt, dat ziet er ongelooflijk grappig en schattig uit. Mannen, oprecht, bedankt.

Over naar plan B. Er stond een andere man te wachten aan ons gebouw die met een geramde auto zat. Vluchtmisdrijf. Hij was aan het wachten op Touring. Dus ik dacht, ok, we lachen eens heel lief naar die mens van Touring en dan wil die mij wel even in gang zetten? Misschien met mijn rokje wat hoger dan? We hebben het nooit kunnen testen, want anderhalf uur later was Touring nog altijd niet op de plaats van afspraak.

Mijn collega K. ging trouwens meerijden, om eens wat sneller thuis te zijn. Normaal gaat zij met de trein. Sneller thuis zijn, gij zijt de plezantste thuis zeker. Uiteindelijk heb ik haar met een dikke twee uur vertraging afgezet, wel met een verhaal rijker. Ik heb haar trouwens nodig gehad, want K. had na een dik uur het schitterende idee om op de Gazet van Antwerpen iemand met startkabels te gaan zoeken. B. bleek er te hebben, maar dan weer niet de juiste auto. Gelukkig is P. zijn diesel gaan halen, nadat M. hem daar had toe aangezet. Stoere mannen, het is een gerief.

Even paniek toen de kabels werden aangesloten en ze niet bleken te ‘knetteren’. Blijkbaar moeten startkabels knetteren. Ik was bijna te voet vertrokken, want ik zag het niet meer goed komen. Collega K. bleef al die tijd lachen en heeft zeer professioneel de kap van mijn batterij vastgehouden in dit hele proces.

Ik kreeg de auto even later niet aan de praat, maar P. gelukkig wel. Man, ge kunt u niet voorstellen hoe ongelooflijk goed het ronken van een auto kan klinken op zo’n moment. Daar kan geen classic tegenop. Het moment dat het beest wakker werd, was ongeveer het mooiste van mijn leven (op dàt moment – anderhalve minuut later besefte ik dat er toch wel mooiere momenten zijn geweest).

K. en ik zijn haast euforisch in de auto gesprongen, hielden ons hart vast bij ieder rood licht (want stilvallen was geen optie – bij nader inzien ook vrij moeilijk bij een automatic). We zijn veilig in Gent geraakt.Ik wilde P., M. en B. heel graag doodknuffelen, maar ik heb me toch maar ingehouden. Een doos merci’tjes volgende week, is heel wat professioneler, toch? 

Een ander staaltje van mijn rijkunsten. Remmen op kiezels is met een Vespa geen goed idee.

 

Onderbroekenlol juni 22, 2010

Gearchiveerd onder: Er zijn zo van die dingen,Want zo ben ik — sofinesse @ 8:28 pm

Het is misschien een beetje genant om erover te praten. Maar ik doe het toch en ik ga zelfs meteen met de deur in huis vallen: Ik heb het gevoel dat mijn onderbroeken te groot zijn. Ik besef dat ik hiermee mijn ganse sex-appeal naar de haaien help (gewoon al door het woord onderbroek te gebruiken ipv slipje, deuh), maar het is echt een probleem aan het worden. En ok, ik ben vermagerd en zo, maar nu toch niet zo dramatisch dat zelfs mijn ondergoed massaal te groot is geworden?

Nu moet je weten, er was een tijd dat ik zweerde bij strings. Ik heb ooit Kaa de Slang gespeeld in de musical Junglebook en dat betekende op het podium in een academic. (Dat is een soort maillot uit één stuk met lange pijpen, waarin alle vormen lekker mooi worden afgetekend, jummie, zeker in je puberteit als je overloopt van de zekerheid over je lichaam). Mijn moeder vond het toen nodig om daar een string onder de dragen, omdat anders mijn kont nog extra zou worden afgetekend – Ik geef het niet graag toe, maar ze had gelijk. En sinds die string, was ik fan. Ongeveer acht jaar lang wilde ik niets anders rond mijn kont, een koord zou het zijn. Sofie en string, die zag je altijd samen.

Ongeveer anderhalf jaar geleden is dat compleet veranderd. Van de ene dag op de andere, haatte ik strings. Het zat niet plots niet meer goed, het voelde niet meer goed. Weg met de strings. Weg met de helft van mijn lingeriekast. (In die tijd ook definitief weg met de ex, maar dat kan louter toeval geweest zijn) Enfin, sinds anderhalf jaar ga ik dus voor het hotpants-model. Ik zou kunnen zeggen ‘shortje’, maar zeg nu zelf, wat zou er dan nog overblijven van mijn sex-appeal?

En nu zitten de hotpants ook niet meer goed, er is gewoon te veel stof voor te weinig kont. Ik wil helemaal niet terug naar de ‘reetveters’, maar ik heb wel graag dat ze passen, de dingen die mijn edele delen beschermen.  En nu passen ze precies niet meer goed. Kan dat nu? Of ben ik helemaal gek aan het worden en maak ik mezelf dat wijs – omdat nieuwe lingerie kopen nu eenmaal leuk is? Misschien. Of zijn al die hotpants misschien plots allemaal tesamen hun stevigheid verloren? Hebben ze collectief beslist om versleten te zijn. Een gezamenlijk hotpantsbrugpensioen als het ware. Misschien.

Wat er ook van zij, ik moet duidelijk om nieuwe lingerie. Ik ga het nog even volhouden met die foute modellen, maar hola, wacht maar tot de solden daar zijn. Je zal mij kunnen vinden op de lingerieafdeling.

(Voila, je hebt makkelijk een excuus gemaakt om voor een volledig nieuwe lingeriegarderobe te gaan)

 

Op weekend met RTV juni 21, 2010

Gearchiveerd onder: Rapporteren — sofinesse @ 11:54 am

Van’t weekend op weekend geweest met ex-klasgenoten. De timing was perfect want het was zowat het meest winterse weekend van de hele zomer.

Ik heb destijds Germaanse gestudeerd, omdat ik op het conservatorium niet geslaagd was voor het toelatingsexamen. Ik schrijf het toe aan ‘nog veel te groen achter mijn oren’, want eventueel moeten erkennen dat er een gebrek aan talent zou zijn, is een beetje pijnlijk. Toen de radio en mediakriebels heel hard bleven kietelen, ben ik dus toch maar met één diploma op zak, voor het tweede gegaan. Radio & Televisie, dit keer wel door het toelatingsexamen geraakt.

We zijn met 40 begonnen, met 39 afgestudeerd. En om dat allemaal te vieren, zijn we toen met iedereen op weekend vertrokken, bijna exact drie jaar geleden. Twee dagen in een vervallen kasteel in de buurt van Dinant. Er zijn wilde dingen gebeurd, er is uitbundig gelachen, drank gevloeid en gedanst tot het licht werd. Heerlijk. Er plots, drie jaar later, krijgt iemand het idee om dat opnieuw te doen. Geweldig plan! I’m in!

We hadden afgesproken om 11u stipt aan het kasteel, D. en ik stonden daar om 11u30. We voelden ons al een beetje schuldig dat we te laat waren, maar dat bleek nergens voor nodig. Organisatoren en coördinatoren zijn pas een uur later toegekomen, toen wij al een uur ontvangstcomité aan het spelen waren (inclusief welkomstdansje).

We zijn dan met z’n allen naar de Delhaize van Dinant getrokken. Hilarisch, met 8 mensen naar een Delhaize trekken, zonder plan whatsoever. Dat is leute. We kunnen er wel niet meer komen. Er stond wijn klaar om te proeven, maar blijkbaar was het niet de bedoeling dat je die ook echt zou opdrinken. De wijnman van de Delhaize van Dinant haat ons nu. We hebben een kar volgeladen, een kleine schattingsronde gedaan (ik heb gewonnen, ik ben daar mega goed in, in het schatten van hoeveel de kar gaat kosten) en zijn vertrokken.

Een klein halfuur rondgereden om de perfecte picknickplek te vinden. Het is een toplocatie geworden aan de rand van de weg. Met een container vol maden op 10 meter, die zijn stank met vlagen tot aan onze standeetplaats stuurde. Gegeten in de motregen, half in de koffer van de kleine gezinswagen van F. - met stokbrood, kaas, worst, choco en kip curry die ongelooflijk smaakten. Of nog beter zelfs.

Kayakken hebben we maar gelaten voor wat het was, wegens Siberische temperaturen voor de tijd van het jaar. Maar de grotten van Dinant zijn een waardig alternatief. Tenminste als u van stalactieten en brabbelende, stinkende, luie en onverstaanbare gidsen houdt.

Uiteindelijk is het uitgedraaid op datgene waar iedereen op zat te wachten, een feestje. Iets minder wild dan de vorige keer, wegens een pak minder mensen. Dat we nog even zonder drank zijn gevallen en de nachtwinkel van Dinant zijn gaan leegkopen (om 22u al zonder drank vallen is trouwens belachelijk slecht ingeschat, maar soit), ook dat was een belevenis. Net als de stoelendansen en de veelvuldige handenstanden. Ik ben er dan in alle stilte en vroegte vanonder gemuisd zondagmorgen, omdat ik naar mijn volgende feestje moest. Veel te weinig geslapen. Maar de enige van alle 15 aanwezigen zonder kater, dat wel. Komt er van als ge geen alcohol drinkt natuurlijk. Seut dat ik ben.

Het is trouwens gek dat je sommige mensen drie jaar niet gezien hebt en dat binnen de anderhalve minuut vergeten bent. Iedereen was precies nog juist hetzelfde. Wij moeten ons alvast geen zorgen maken om dat verouderingsproces. Opluchting alom.

 

Van botsing, lekker eten en mijn Debbie Travis-gen juni 19, 2010

Gearchiveerd onder: Er zijn zo van die dingen,Liefde,Thuis en al — sofinesse @ 6:02 am

Zoals u hier al kon lezen, zijn het niet de meest gemakkelijke tijden. Maar er gebeuren ook nog altijd goede, kleine dingen, waar je je moet aan optrekken.

Zo had ik al weken afgesproken met J. en ik zou dat niet afzeggen. Meteen na het werk vertrokken, ergens een verkeerde afrit genomen, plots op de E313 terechtgekomen, no problem. Er bestaan ook andere wegen. Ik reed rustig en nietsvermoedend op die andere weg, terwijl de auto voor mij op het allerlaatste moment besliste om te stoppen voor een voetganger. Op zich bijzonder nobel. Ik stopte dus ook, maar de auto achter mij is dat vergeten. Boem. Het moment dat ge voelt en hoort dat hij in uw gat rijdt, denkt ge, neèèèèèèèèèèèè. Pest een ander. Mijn eerste officiële accident met mijn eigen auto. Een kleine botsing tegen een geparkeerde auto na een week rijbewijs vergeet ik hier even heel bewust, dat was met die van mijn ouders. Het goede nieuws is, ik ben ok, alleen materiële schade. Het wordt nog beter, ik ben zelfs niet in fout. En op den duur vond ik het zelfs grappig. On top of everything, is er ook nog iemand in mijn gat gereden. Waar is de verborgen camera?

J. en ik zijn met lichte vertraging – een aanrijdingsformulier invullen duurt even – toch nog gaan dineren. J. heeft me getrakteerd op een fan-tast-isch etentje. In het soort restaurant waar ge uw broodje niet moogt snijden met het mes dat er voor klaar ligt. Ge moet het brood breken (persoonlijk vind ik dat eerder iets voor Jezus) en het mes gebruiken voor de boter. Ik heb dus ook bijgeleerd. Er was even een grappig misverstand, want J. was mij maar wijn aan het voeren. En ik uit beleefdheid maar nippen en nippen, terwijl mijn maag ronddraaide. Ik lust namelijk geen alcohol. Ik vind dat het smaakt naar rot fruit en rot fruit vind ik niet bepaald lekker. Enfin, toen J. zich herinnerde dat ik geen alcohol dronk, voelde hij zich kei ambetant. En ik evenzeer. Maar op zich is dat wel grappig, we hebben er hartelijk om gelachen . Ik ben zelfs even alle zorgen vergeten en dat was heerlijk. Bedankt J. (PS: voor de kenners, Brutje heeft maar 1 keer een bijna lege fles water omgegooid. Dat is een record.)

Het was superfijn om daarna nog even met een doodmoe lief bij te praten in zijn armen, want onze momenten samen zijn echt schaars geworden. Hij moet dit weekend werken en ik ga sebiet kayakken met oud-klasgenoten (inderdaad, bij 15 graden, laat die longontsteking maar komen). En we zitten op dit moment alweer elk aan een andere kant van de Schelde. Dus van missen en zo.

Maar gisteren- toen we aan dezelfde kant van de Schelde waren-  ben ik vroeg opgestaan (nu ja, twee uur na het lief, maar toch) om mijn Ikea aankopen prachtig uit te stallen en onze Ekeren-living op te fleuren. Ik ben daarna naar het werk vertrokken met een licht gevoel van trots. Met een mini-budget heb ik toch weer voor een mooie verandering gezorgd. Ik zou beter iets Debbie Travis-achtig gaan doen voor kleine budgetten, dat is volgens mij nog niet uitgevonden.  Jaja, ik voel hier een tv-show geboren worden. Enfin, toen ik de deur dichttrok was ik echt een beetje trots.

En toen was er ook nog het kleine smsje dat ik kreeg van mijn lief, die de make-over nog niet gezien had: “Wow wow wow, wat is het hier gezellig. Merci lieverd”. Wel meer had ik even niet nodig, it made my day.

 

Waarom? juni 16, 2010

Gearchiveerd onder: Liefde — sofinesse @ 2:19 pm

Ik ben er nog niet klaar voor om erover te schrijven, maar dat zal ik nooit zijn. En schrijven helpt vaak. Al is er in dit geval niets dat kan helpen, tenzij een wonder.

Het is mijn oma. Mijn meter. Een dikke maand geleden nog een actieve vrouw van 72. Elke dag in de weer met duizend en één dingen. Nu weet ik niet meer wie ze is. Mijn oma is onherkenbaar geworden en dat is ongelooflijk snel gegaan. Ik bespaar u de details, maar er zit een tumor in haar hoofd. Zo groot als een tennisbal. En dat is geen goed nieuws.

We gaan haar verliezen en we krijgen haar nooit meer terug zoals ze was. Als je dat hoort, stort je wereld in. Ik hoorde het exact tien minuten voor ik nieuws moest lezen. Ik heb het nieuws gelezen, in een soort van apathische staat. En met trillende stem, met tranen die prikten in mijn ogen, die ik geprobeerd had om even te parkeren, tot na het nieuws. Die tranen zijn in horten en stoten blijven komen, nu nog, een diepe triestheid nestelt zich in je hele lijf. Ik ben samen met mijn lief naar het ziekenhuis gereden en de warmte van de aanwezige familie daar maakte het draaglijk, maar ook net moeilijk.

Met oma heb ik een speciale band, ze is mijn meter. Ze is ongelooflijk handig met de naaimachine en heeft in de loop ter tijden mijn halve kleerkast versteld, dekbedden en gordijnen gemaakt. Als ik ergens een bijna perfect kleedje tegenkwam aan een goed prijsje, pakte ik het toch mee, want oma kon het fiksen tot het perfecte kleedje. Als mijn rode periode voorbij was en ik een nieuw dekbed wilde in een andere kleur, reden we samen naar de stoffenwinkel. En kreeg ik er nog een hoop kussens in dezelfde stof bij. Soms doen we dingen samen, jij in mijn leefwereld en ik in de jouwe. Samen astridjes eten bij Marie Fleur of samen wandelen door Gent.

Je bent een harde vrouw, maar ik ken je zachte kant. Ik kan vaak de trots in je ogen lezen. Als kind heb ik gigantisch veel tijd doorgebracht bij jou, samen met alle andere kleinkinderen. Je bent geen keukenprinses, je worsten waren altijd mislukt, maar nergens smaakt een witte boterham met korreltjes zo goed als bij jou. En niemand in de hele wereld kan zo’n lekkere pannenkoeken bakken.

Oma toch, waarom? Wij gingen nog zoveel doen. Ik ben een beetje ver gaan wonen, waardoor ik niet meer elke dag bij jou kon binnenspringen, maar ik probeerde toch zoveel mogelijk langs te komen. En jij was altijd zo blij als je me zag. Ik zal je een geheim vertellen, ik ook als ik jou zag. Ik dacht dat het zo nog jaren zou verder gaan, daar ging ik gewoon vanuit. Ik heb er nooit of nooit bij stilgestaan dat jij zou weggaan. Jij bent van staal. Dit kan gewoon niet.

De tranen rollen over mijn gezicht en ik zou willen schreeuwen: “Stomme kanker, laat mijn oma met rust. Ik heb haar nog nodig, ze is mijn oma.” Maar ik weet dat hij niet wil luisteren, die vreselijke kanker.

We gaan niet echt afscheid kunnen nemen oma, want jij weet niet echt meer wat er allemaal gebeurt door die tumor. Maar we hoeven dat ook niet te doen, want ik denk elke dag aan jou. We hebben al zoveel gepraat, maar dat laatste gesprek zal moeten wachten. Elkaar niet officieel uitzwaaien, geeft ons misschien het gevoel dat je ook niet echt weg bent. En weet je wat, jij blijft gewoon, voor altijd. In mijn hart, in wat ik ga vertellen tegen Mathis en mijn kinderen, in de honderdduizend dingen die je voor mij gedaan hebt.

Bedankt oma en tot snel, want ik ga je nog heel vaak komen bezoeken.

 

Bummer juni 15, 2010

Gearchiveerd onder: Er zijn zo van die dingen — sofinesse @ 4:08 pm

Gisteren is er een bom ingeslagen in de familie, ik heb nog niet veel zin om erover te vertellen. Als ik het zelf meer een plaats kan geven, komt dat vast wel.

Het leven gaat trouwens gewoon door, vreemd genoeg. En ondanks het vreselijke nieuws, heb ik vandaag en morgen twee zeldzame dagen vakantie. Twee dagen city of my life, waar ik  heel erg lang naar uitgekeken heb. En die ik ook even wil nemen. Mijn dagen in Gent zijn zo schaars, ik heb er zoveel nood aan, ik schuif het schuldgevoel even opzij. Ik ben er geen held in, maar bon.


Het is al heel erg lang geleden dat ik nog eens naar Ikea ben geweest. En we hebben zowaar een paar dingen vandoen. En ook al wilde Iris niet meegaan, ik was toch niet tegen te houden. Ikea, it was going to be. Het bleek een dag vol bummers te worden.

Bummer 1: Vanmorgen maakte ik de brievenbus leeg en ik had meteen door dat er een niet-vriendelijke brief in zat. Ge ruikt ze van op kilometers afstand. Rekeningen, altijd klote, maar deze was exact het bedrag dat ik opzij gelegd had om nog eens naar Ikea te kunnen gaan. Dubbel klote. Belastingen auto, awoe. Even gerekend, even nagedacht en toch beslist naar Ikea te gaan. (Schuldgevoel en boosheid incluis)

Bummer 2: Ik ging voor de balkontafel, zodat ik deze zomer op het Casinoplein op mijn terras zou kunnen buiten eten. Ontbijten kan in de zon, ’s avonds tafelen ook – met de balkontafel, want het terras is te klein voor een gewone tafel. Ik vond het al verdacht dat het ding nergens te vinden was bij de afdeling ‘buiten leven’. Ik heb een medewerker aangesproken en die zei meteen: compleet uitverkocht. Ik vroeg nog naïef wanneer ze opnieuw zouden binnenkomen, maar uitverkocht is tot volgende zomer blijkbaar. Zomerproducten worden niet bijgeleverd na juni. Ook in andere Ikea’s geen balkontafels meer. Awoe. (heb ik dat goed begrepen dat zomerproducten al niet meer bijgeleverd worden in de lente, dus voor de zomer officieel begonnen is? – komaan jongens, wat is dat nu voor iets?)

Bummer 3: Ik was ook nog een beetje gegaan voor een druiprekje, sinds het vorige de geest heeft gegeven. Maar blijkbaar had ik per ongeluk een showmodel in mijn kar geladen. Zo eentje zonder code, redelijk onhandig als ge aan de selfscankassa staat. En uiteraard al uw andere dingen al gescand hebt. Ok, die handel betaald, een Ikea dame opgedragen mijn kar met haar leven te bewaken en teruggelopen voor een fucking druiprek. Tweede keer betaald en buiten.

Bummer 4: Toen ik de auto helemaal ingeladen had, besefte ik plots dat ik mijn parkeerticket was vergeten te valideren. Hup, nog een keer naar boven.

Bummer 5: Toen ik uiteindelijk aan de bareel stond,  bleek die niet open te gaan. Ok, mijn bareel is kapot, denkt ge nog even. Ge probeert een andere bareel. (Onhandig achteruitrijden en andere auto’s kei hard hinderen incluis, thank God dat het niet zaterdagnamiddag was) Als die bareel ook niet blijkt te gaan en je hem net daarvoor bij iemand anders perfect normaal hebt zien opengaan, dan weet ge, dat is hier niet goed. Auto achteruit gereden, illegaal aan de kant gezet en opnieuw naar boven gelopen. Daar bleek dat ik het ticket twee keer gevalideerd had. Ja, een keer bij een kaske waarvan een werkman in de buurt zei: “dat werkt niet juffrouw, ge moet een ander nemen.” Dus ge doet dat, want ge kent niks van parkeervalidatiekaskes. En dan nog een keer bij een andere kaske. Om dan tien minuten later te vernemen dat het eerste ding blijkbaar toch nog werkte. En ge twee keer gevalideerd hebt. Wat verboden is. Enfin, de Ikea dame toverde een ticket uit haar zak, ik kon vertrekken. Terug naar beneden. Bareel omhoog, naar buiten.

Bummer 6: Ik heb totaal niet alles kunnen kopen wat ik wilde. En toch ben ik over het vooropgestelde budget gegaan. Awoe.

Ah ja, toen ik zuchtend en steunend weer naar huis reed, heeft een onvriendelijke Jaguar mij nog even bijna van de baan gereden. Ik rijd in een Jaguar en ik mag alles meneer? Tss.

Ik heb wel geweldig leuke spullen bij. Dat wel ja.

 

Op de tram met Irma en Rosita juni 13, 2010

Gearchiveerd onder: Er zijn zo van die dingen — sofinesse @ 11:33 am

Dus vrijdag nam ik de tram, voor een rit van Antwerpen Linkeroever naar Merksem. Een halfuurtje tram, tijd genoeg om rond te kijken. Het begon goed, ik had een zitje en het was redelijk rustig. Dat kwam natuurlijk omdat ik aan het begin van de tramlijn was opgestapt, besefte ik een beetje later. Een paar haltes later waren we namelijk toch sardientjes in een blik.

Ik had een enkel zitje moeten nemen. Geen dubbel, nee, want dan kunnen er dus mensen naast u komen zitten. Ik heb niks tegen mensen, maar wel tegen mensen die stinken. En nog veel meer tegen mensen die stinken en toch naast mij komen zitten. Het was een oudere vent die zich in zeker 9 weken niet gewassen had en al minstens 4 maanden geen wasmachine meer was tegengekomen. Ik kon met moeite mijn lunch binnenhouden. Het is gelukt, thank god.

Toen stinkertje 6 haltes verder afstapte, was ik blij dat ik opnieuw kon ademen. Ik werd al een beetje blauw. En toen werd het zelfs een beetje plezant, met mijn voorburen Irma en Rosita. Twee kokette dames, seventy something. Ze zaten voor mij en omdat Rosita een hoorapparaat had, was het niet moeilijk de conversatie te volgen. Het leek wel alsof Rosita door een megafoon aan het praten was.

De zoon van Rosita, onzen David, was blijkbaar getrouwd met een onmogelijke schoondochter. Vorige week nog, Rosita wilde onzen David gewoon een pleziertje doen. Ze had vanalles geregeld met ophalen en eten maken, ze had de halve agenda van onzen David ingevuld. Maar de schoondochter nam het niet in dank af. Ze hadden zelfs ruzie gemaakt aan de telefoon. Stoute schoondochter die een eigen leven wil leiden. Foei.

“Allez Irma, ze zei dat ik mij niet moet bemoeien. Allez, bemoeien. Ikke? Ik doe toch maar gewoon voor goed te doen. En dan belt die en dan begint die gewoon te roepen. Ja seg. Ik mag onzen David toch helpen zeker, dat is toch zeker mijn zoon.” Terwijl ze het vertelde, wipte haar uitdunnend haar dat toch nog in een speld was gestopt, gespannen op en neer.

Irma probeerde er met alle moeite van de wereld een speld tussen te krijgen. Maar hallo, ze was wel tegen Rosita bezig he. De – als ik aan het woord ben, moet ge luisteren en vooral niet zelf babbelen – Rosita. Hoe meer Rosita vertelde, hoe meer medelijden ik kreeg met de ‘verschrikkelijke’ schoondochter. Want als ik zag hoe Rosita Irma telkens weer het zwijgen oplegde, wist ik gewoon dat ze zich echt gigantisch met het huishouden van haar zoon had bemoeid. En als het mijn schoonmoeder was geweest, ik was al gescheiden denk ik. Ondanks Rosita’s onuitstaanbaarheid had het jonge koppel haar toch nog uitgenodigd om een paar dagen mee naar Frankrijk te gaan. Respect voor de schoondochter. Maar Rosita had er eigenlijk geen goesting in. Ze durfde dat alleen niet te zeggen. Rosita, gij die iets niet durft te zeggen? Sloeberke toch, ik ken u nog maar 12 minuten, maar daar geloof ik niks van hoor. (Doe het toch maar, volgens mij maakt ge uw schoondochter superblij dat ge niet mee gaat. Ze hadden u alleen maar uit beleefdheid gevraagd).

Toen we bijna aan de eindhalte waren, kreeg Irma er zowaar een paar zinnen tussen. “De jonge mensen hebben ons niet meer nodig. Ze doen het liever zelf. Maar laat ze dan doen Rosita. Dan hebt ge ook wat meer tijd voor uzelf. Ik ga morgen met de trein en de bus naar Leuven, en woensdag zou ik precies eens graag naar Gent gaan”. Ik was meteen fan van Irma. Er kwamen ongelooflijk veel wijsheden uit haar mond, in de luttele halve minuut die ze kreeg van Rosita. “Ja kind, ik ben op ne leeftijd gekomen dat ik daar allemaal niet meer van wakker lig zenne.” Goed bezig Irma.

Toen begon Rosita haar klaagzang opnieuw. En ze babbelde Irma weer onder de tafel. Toen ik uitstapte, had ik bijna gezegd. “Irma kind, ge moet u een andere vriendin zoeken, want deze deugt niet. Gij moogt van die trut nooit uw verhaal doen en ze is een vreselijke schoonmoeder. Kom maar bij mij Irma, ik zal een beetje luisteren. Ik vind u een toffe”.

Maar ik zei natuurlijk niks. Ik dacht alleen, dat ik heel hard mijn best zou doen om meer een Irma dan een Rosita te worden. Een Irma met nog een tikkeltje meer assertiviteit. Over een halve eeuw of zo.

 

Ook daar, ja. juni 10, 2010

Gearchiveerd onder: Er zijn zo van die dingen,Werk — sofinesse @ 5:53 am

Dus ik heb morgenavond een presentatie. Het is altijd mijn natte droom geweest om ooit het gala van de gouden schoen te presenteren (terwijl ik helemaal niet van voetbal houd, maar het gouden oog doen ze nu eenmaal niet meer, dus ja). Ik doe dat gewoon echt heel graag. (Als je mij wil boeken, stuur gewoon een mailtje :-) )

In een kleed van K., in de Antwerpse Singel, 2008

Er zijn heel stijve presentaties, compleet met galakleed en al. En er zijn er van het lossere type, waar ik het publiek net niet vraag om op hun kop te gaan staan (ze zouden het nog doen, believe me). Als ik moet kiezen tussen impro, acteren en presenteren, dan weet ik het wel. Presenteren is mijn meest natuurlijke habitat, daar voel ik me echt thuis.

Enfin, morgen ga ik het voor het eerst doen samen met mijn lief. En het is compleet met galakledij en al. Geweldig. Ik heb dus gisteren een uur voor de spiegel staan paraderen in al mijn kleedjes. Vanavond doe ik dat nog eens over voor het lief, die dan zijn oordeel mag vellen. Over de jaren heen heb ik zo een paar jurken verzameld. In de solden schaf ik me er soms eentje aan voor weinig geld of ik ga al eens langs bij vriendinnen. Want ge kunt geen twee jaar op rij hetzelfde kleed aandoen voor hetzelfde jaarlijkse concert, dat is echt not done.

Mijn laatste heb ik bij de vorige wintersolden gekocht. Het zit strak aan de borsten, met speciale bandjes en al, maar van daaruit gaat het vrij los naar beneden. Perfect volgens de regels van Trinny & Susannah. Ik weet nog dat ik me er redelijk moest inmurwen, maar dat het wel goed zat eens ik het kleed aanhad.

Gisteren doe ik dat ding aan en het glijdt gewoon over mijn lijf. Ik sta er nog niet meteen bij stil. Ik krijg de rits dicht zonder mijn adem in te houden, ik kan er nog een radslag mee doen, zonder risico op scheuren. Ik denk “maar allez, dat dieet is kei tof.”

En dan besef ik het. Dat verdomde kleed raakt alleen maar mijn balkon. Het spande een halfjaar geleden en nu is er plaats over.

 Inderdaad. Zwart op wit. Ik werd plots geconfronteerd met het bewijs dat mijn borsten gekrompen zijn. Auw. Ik wilde wel graag wat vermageren, maar daar niet e maat. Dedju.

 

 
Volg

Get every new post delivered to your Inbox.