Sofinesse

Een blik in mijn leven, op het leven, op de wereld en alles wat daar rond staat te springen

Eng, enger, engst juli 31, 2010

Gearchiveerd onder: Kind en gezin — sofinesse @ 8:05 am

Voor Mano moet het altijd eng zijn. Als we naar een film kijken, mag het niet voor mietjes zijn. Een verhaal voor het slapengaan moet barsten van de trollen, gevechten, monsters en er mag zelfs wat bloed bij zijn. Toen we voor zijn verjaardag naar Wickie De Viking gingen kijken, vond hij dat zelfs niet stoer genoeg. Dat is een film voor meisjes, jong. Eng moet het zijn, zo eng mogelijk.

Het lief vertelt de engste verhalen tegen Mano (het lief is een meester in verhalen verzinnen en vertellen) en hij kan daar allemaal tegen. Dus toen hij een paar maanden geleden aan mij een eng verhaaltje vroeg, heb ik het knabbelmonster verzonnen. Gewoon een monster dat ‘s nachts aan je tenen komt knabbelen, niks vergeleken bij trollen en gevechten. In mijn verhaal had de stoere Koenraad het knabbelmonster trouwens verslagen, dus er was helemaal niks meer te vrezen. Maar blijkbaar zijn mijn verhalen echt te eng, want diezelfde nacht heeft hij nog geweend van schrik. Angst voor het knabbelmonster.

Vannacht zijn we blijven slapen bij Tilda (zo noemt hij mijn moeder – een alternatieve naam voor stiefoma en een aanpassing van haar eigen naam Hilde). Tilda heeft gisteren mosselen gemaakt en dat is zijn lievelingseten. Hij wordt hier trouwens bedolven onder de aandacht. Mijn broer neemt hem mee voor een Vespa-trip en een ijsje, mijn zus speelt tennis met hem, Tilda verwent hem met snoepjes…dat is hier leuk voor een 6-jarige, for sure! Toen het begon te schemeren zei hij dus “Jij bent de allerliefste mama van de hele wereld als we hier mogen blijven slapen.” Het klinkt vertederend, maar ik moest sterk zijn en beseffen dat het een slijmaanval was. Doelgericht taalgebruik.

Nu, het lief heeft vannacht met de taxi gereden en slaapt bijgevolg de hele dag. Hier valt vanalles te beleven en is massaal veel plaats om te spelen. Dus waarom zouden we eigenlijk niet blijven? (het probleem van de verse kleren is zelfs opgelost door ze vannacht te wassen en meteen te drogen en in de kast hebben we nog een nieuwe tandenborstel gevonden)

We zijn dus gebleven en sliepen samen op mijn vroegere kamer, in twee aparte bedden. Toen we gingen slapen, volgde meteen de vraag naar een spannend en eng verhaal. Ik dacht, hij is wat ouder nu, ik kan wel een nieuw soort knabbelmonster verzinnen. He can take it.

Zo kwamen we bij Johannes en Lander die ‘s nachts uit het huis waren gekropen om naar het bos te gaan, om te gaan checken of daar echt een monster woonde. Het verhaal werd verteld in het donker en met de nodige geluiden. (Inclusief een piepend geluid van de livingdeur beneden op een cruciaal moment in het verhaal. Ik geef toe, het was een beetje eng.) Er bleek een reus in het bos te wonen. Die had eerst wat trollen gedood en heel hard geroepen tegen Johannes en Lander, maar uiteindelijk waren ze wel vrienden geworden. Want de reus bleek eigenlijk erg eenzaam te zijn. Eind goed, al goed dus.

Toen het verhaal gedaan was, kwam er niks meer uit de 6-jarige. Ik dacht, allright, mijn verhalen zijn zo slaapverwekkend dat hij in slaap is gevallen. Maar toen zei een schril stemmetje plots “Ik wil nog een nachtzoen Sofie”. Ik stommelde dus uit bed voor een nachtzoen. Ik kreeg er nog een dikke knuffel bovenop.

Toen zei hij nog “Het is hier zo donker, ik kan jou niet zien”. Ik voelde al nattigheid, hij hield zich stoer, maar mijn verhaal was weer te eng geweest. Foei Sofie. Ik installeerde dus een nachtlampje achter het gordijn (voor gedempt licht). Maar het bleek niet genoeg te zijn.

“Sofie, omdat ik jou zo graag zie, denk ik dat ik nog een beetje bij jou kom liggen”.

(Ok, het was een verhulde vorm van ‘Ik ben bang en ik wil eigenlijk niet alleen in dit bed liggen’ – maar het was toch niet onaangenaam om te horen)

Toen hij sliep ben ik zijn bed gaan liggen, want met twee in een enkel bed slaapt niet zo vlot. Toen we vanmorgen wakker werden, lag hij weer in zijn oorspronkelijke bed en ik ook. Geen idee hoe dat gebeurd is. Misschien heeft de reus ons wel verwisseld?

 

Boerenachtergrond juli 29, 2010

Gearchiveerd onder: Gent,Thuis en al,Want zo ben ik — sofinesse @ 8:24 pm

Ik ben opgegroeid tussen weiden, paarden en koeien. Een deel van mijn jeugd heb ik enthousiast doorgebracht tussen de werpende koeien. Oow ja. Tot mijn 16de heb ik naast mijn grootouders gewoond, die paarden en koeien hadden. Daarna hadden we zelf ook vlot een halve boerderij (hond, paarden en muizen en ratten, al heb ik die laatsten altijd genegeerd, wegens mijn fobie). Enfin, de koeien bij vava kochten veel kindjes en ik was daar graag getuige van. De veterinaire sneed de koe vlotjes open, trok het kalfje eruit, naaide het koebeest weer dicht en spoot dan een glanzende zilveren laag over de snee. Magisch. En even later stond dat kalfje dan al recht. Even later ja. Wij mensen doen daar gemiddeld een jaar over. Een kalfje ongeveer een kwartier. (Ok, ze kunnen niet praten, daar hebben wij dan weer een zwaar voordeel.)

Je zou dus denken – gezien mijn boerenachtergrond – dat ik van het platteland hou. Maar nee hoor. Ik ben een stadskip, een rasechte. Ik heb geen behoefte aan een tuin, ik ga wel in het stadspark zitten. Ik voel me daar een rijke madam met een tuinman (ook wel bekend als de groendienst). Ik hou van de drukte en de anonimiteit. Ik vind het wel eens fijn om een beetje in de natuur te wandelen, maar niet te lang, want dan word ik geweldig onrustig. Dat is trouwens één van de problemen in Ekeren, daar zijn koeien op minder dan 700 m. Wandelafstand als het ware. Duidelijk een vorm van plattelandisme – dat is dus stress voor mij. (Ja, ik krijg stress van groen, rust en koeien. En ja, ik besef dat mensen dit raar vinden, maar ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is,)

Je zou dus denken – gezien mijn boerenachtergrond – dat ik groene vingers heb. Ha. Ha. Not. Ik ben wel enorm gek van verse bloemen, die maken mij echt blij. (leve de Gentse bloemenmarkt) Maar los daarvan kan ik nog geen plant houden. En zeker geen basilicumplant. Daar zijn zware bewijzen van. Toen ik anderhalf jaar geleden op het Casinoplein kwam wonen, heb ik van ons moeke een basiculumplantje gekregen. Het was een pakket: zaadjes, potgrond en andere benodigdheden. Dat is precies anderhalf jaar geleden en het ding is nog niet groter dan dit:

De 'weelderige' basilicumplant

De 'weelderige' basilicumplant

Ik praat ertegen, ik geef het water, ik geef het licht en ik geef het liefde. Maar het is toch niet normaal dat een basilicumplant na een jaar niet groter is dan dit? Of wel? En weet je wat echt triestig is, ik heb er zelfs nog nooit een blaadje van gebruikt. (Ik ben namelijk bang dat ik dan weer drie jaar moet wachten vooraleer er nog eens eentje groeit.)

Ik kan dus besluiten – ondanks mijn boerenachtergrond – dat ik geen groene vingers heb. Stadskieken, in hart en nieren. Hey, je kan niet perfect zijn he.

 

Dixit, a 6-year old II juli 27, 2010

Gearchiveerd onder: Gent,Kind en gezin — sofinesse @ 7:00 am

Dag van de lege portemonnees. Man, kind, Sofie en buurvrouw K. wandelen samen nog eens gezellig door het feestgedruis. We keuvelen een beetje, geven commentaar op mensen, eten brownies van de chocoladebar, geven het kind een ijsje, wandelen en babbelen verder…Een aangenaam stramien.

Plots wordt K. bij de arm gegrepen. Het blijkt een niet onknappe man te zijn die K. kent. We laten haar achter bij de man met mooie ogen en krulletjes. Ons gezin wandelt verder, toen waren we nog met drie.

Plots vraagt Mano aan mij:

“Ben jij verliefd op die man?” (de man die vriendin K. net geschaakt heeft)

- “Nee gekkie, ik ben toch verliefd op je papa”.

“Ah, sgoe, want ik wil die man niet in de familie”.

Dat weten we dan ook alweer!

 

De foor BV juli 26, 2010

Gearchiveerd onder: Gent,Kind en gezin,Mens erger je niet! — sofinesse @ 2:48 pm

Ik ben in het algemeen tegen kermissen. Vergeef mij, maar ik vind het redelijk marginaal.

Nochtans heb ik  vroeger moord en brand geschreeuwd omdat ik niet alleen naar Waver kermis mocht gaan (twee keer per jaar, met Pinksteren en in september  – beide keren was ik niet toegelaten). Mijn ouders vonden de kermis namelijk een beetje fout. Het enige wat we mochten doen, was op de ‘kaskes’ gaan spelen bij Annie. Omdat Annie nu eenmaal vlees bij ons kwam kopen. En we dan eens iets konden terugdoen voor Annie.

Trauma’s zijn het, dat mijn vrienden 1000 frank kregen om naar Waver kermis te gaan en dat ik moest thuisblijven. Ok, we gingen wel, maar onder toezicht van uw ouders. Dat is gewoon een pak minder cool. Toch?  De grootouders stopten trouwens ook vlotjes een paar honderd frank in onze pollen ‘voor de foor’. Maar die gingen dan netjes in de spaarpot, want dat heet dan educatief verantwoordelijk zijn.

Ik ben boos geweest, maar ik ben nu superblij dat mijn ouders me dat verboden hebben. Ze hebben me vast behoed voor tienerzwangerschappen, drugs, Buffalo’s, gevlochten haar met lelijke fluo-kleurtjes, van die zwarte geweven halsbandjes, lelijke plouchen beesten  en Johnny en Marina’s. Dus bedankt hiervoor, oprecht.

Een geweldig lange inleiding om te zeggen dat wij gisteren naar de kermis op de Vrijdagmarkt zijn geweest. Nee, ik ben niet vergeten hoe leuk ik het zelf vond als kind, dus ik vind dat Mano er ook wel van mag genieten. Bovendien was hij net terug van twee weken Frankrijk met de mama, zijn het Gentse Feesten en had de papa sowieso al een kermisje beloofd. Wij dus naar daar. Als het van de papa had afgehangen, dan waren we overal ingegaan of opgegaan. Maar dat vind ik educatief gezien niet zo’n goed signaal. Afspraak dus: we wandelen rond en we kiezen twee dingen. Ik vind dat een goeie deal. De keuze van Mano: een wilde octopus en het spookhuis.

Bij de octopus heb ik  niet eens gekeken, want zelfs daar word ik al misselijk van. Bij het spookhuis heb ik ook braaf op de zakken gepast. Kermis, niks voor mij.

Maar nu komt het, toen we bij het spookhuis stonden vroeg het lief ineens een stylo. Ik dacht nog tiens, waarom zou dat zijn?  Maar ik probeerde met mijn gedachten ver weg van de kermis te zijn. Ik had dus nooit kunnen bedenken dat lief en kind in ruil voor een handtekening gratis in dat spookhuis mochten.

Marginaal, ik zei het toch.

 

Op handen en knieën juli 24, 2010

Gearchiveerd onder: Er zijn zo van die dingen,Gent,Want zo ben ik — sofinesse @ 4:32 pm

Dus ik stond aan de kassa van de Delhaize. En de rij was gigantisch. Ik begrijp niet hoe er op een vrijdagmiddag zo-veel volk aan de kassa van de Delhaize kan staan, maar bon. Ik dacht even dat ik de enige was die vakantie had, maar de file maakte iets anders duidelijk, want al deze mensen waren obviously not at work.

Tot daar geen probleem, maar als ik in de rij sta en dus moet wachten, begin ik  allerlei dingen te doen, zoals daar zijn:

-          Berichtjes herlezen in mijn gsm en indien gewenst wissen

-          Snake spelen

-          Prutsen aan dingen die in mijn kar liggen, eventueel de kar herschikken zodat het straks sneller en efficiënter op de band kan (ik begrijp trouwens niet waarom niet elke supermarkt het Colreyt-systeem heeft ingevoerd, maar bon)

-          Hangen op de kar – met gevaar op plots wegrollen/over je eigen tenen rijden/botsen tegen andere mensen

-          De achterkant van producten lezen

-          Twijfelen over sommige producten die in je kar liggen en die je misschien toch niet echt nodig hebt (lees: dingen waar je mogelijk dik van wordt)

Het was echt een hele lange rij, dus toen ik wat stond te hangen op mijn kar, zaten mijn gedachten everywhere. Ik bedacht me plots dat ik mijn anticonceptie voor de dag nog niet had genomen (in dat verband heb ik trouwens ooit een lief gehad die ooit dacht dat elke dag dat je dat kleine pilletje nam, een veilige dag was. Van cyclus had hij nog nooit gehoord. Mannen)

De strip zit in mijn portefeuille, zodat ik die ten allen tijde bij heb (je weet nooit waar je belandt). Ik beslis dus op dat moment, in Delhaize Watersportbaan, om mijn pil te nemen. Very smart. Zeker als je weet dat ik geweldig handig ben. En mijn gedachten eigenlijk ook nog altijd een beetje everywhere waren. Niet bij de handeling ‘ik neem een piepklein pilletje van de juiste dag uit de strip en ik stop het in mijn mond’.

Inderdaad, toen viel het pilletje – diameter 2 mm – op de grond. En toen ben ik daar op handen en knieën achter gekropen. Nog steeds in de Delhaize Watersportbaan.

Ja, dat is een belachelijk gezicht.

Ik heb het uiteindelijk gevonden, wat op zich een wonder was. De vloer van de Delhaize en de kleur van mijn piepkleine pilletje zijn namelijk redelijk gelijk. Ik heb het zelfs nog subtiel in mijn mond gestopt (opnieuw in de strip proppen was geen optie). Alle mensen in de gigantische wachtrij weten nu dus dat ik alvast deze maand niet zwanger zal worden. Yihaa.

En u begrijpt dat ik even niet meer in de Delhaize durf te komen. Ik heb daar namelijk op handen en knieën gezeten.

 

Gentse feesten en vakantie juli 23, 2010

Gearchiveerd onder: Gent — sofinesse @ 9:55 am

Ik woon in het centrum van Gent, op enkele stappen van het feestgedruis. Ik denk niet dat het perfecter kan. Het ergste wat me tegenwoordig overkomt, is dat ik geen parkeerplaats vind in de buurt. Maar van nachtlawaai is er geen sprake en op nog geen 5 minuutjes wandelen sta ik in de partyzone. Geweldig dus.

Het is niet zo dat ik 10 dagen het varken uithang, maar ik heb toch graag vakantie tijdens de Gentse  Feesten. Ergens in januari al aangevraagd, zodat het zeker zou lukken. En yes, ik ben deze week thuis. (Trouwens gisteren nog wat Gentenaars tegengekomen die zonder vakantie zaten en er zowat onderdoor zaten. Want je gaat toch naar die feesten, en als die wekker dan afgaat, mottig)

Het is bizar, er is bijna geen enkel optreden waarvan ik zeg ‘niet te missen’, ‘dat moet ik zeker doen’. Ik ben eigenlijk zelfs nog nooit echt gepland naar een optreden gaan kijken. Ik hang gewoon graag rond op de feesten. Een beetje alle pleinen afwandelen, zien we je eventueel tegen het lijf loopt, daar wat blijven hangen en uiteindelijk verder wandelen voor hetzelfde stramien. Het gaat ‘em om de sfeer. En die is geweldig. Een dag eindigt meestal in het Baudelotpark, ongeveer de meest gezellige plek van de hele feesten. (Dat is dan omdat ik nog niet op Batakamp geraakt bent, maar met mijn kuiten zijn die verplichte kousen echt wel een killer – I am still in doubt)

Er stonden heel erg veel dingen op de to do-lijst voor deze zeldzame week vakantie, maar ik heb de hele lijst redelijk snel geschrapt. Het hele jaar wordt er al gehaast en gelopen. Er is heel erg vaak geen tijd om gewoon even te gaan zitten. We werken allebei, lange dagen, meer dan full-time, er zijn twee huishoudens en drukke nevenactiviteiten die we onszelf soms aandoen. Dus geen lijst deze vakantie, alleen maar leven zonder klok.

Zo komt het dus dat ik het deze week al een paar keer licht heb zien worden, dat mijn ontbijt soms pas om 13u valt. Of soms zelfs nog wat later. Veel meer dan een beetje rondhangen thuis om dan een beetje te gaan rondhangen op de Gentse Feesten, gebeurt er eigenlijk niet. En veel meer hoeft dat eigenlijk ook niet te zijn. Het doet zoveel deugd om eens niet te ‘moeten’. En ergens ver weg in mijn achterhoofd beklaag ik het me al, want de to do-lijst moet natuurlijk nog wel altijd ergens gebeuren. Maar even niet deze week. Want het is vakantie. En Feesten.

 

Liefde en zo juli 20, 2010

Gearchiveerd onder: Gent,Kind en gezin,Liefde,Lunatics — sofinesse @ 11:17 am

Precies een jaar geleden waren het lief en ik volop bezig met elkaars lief te worden. We hadden elkaar al een paar keer ontmoet, vooral in de meester-leerling-situatie. Hij gaf impro aan de Lunatics, ik was de leerling. Ik vond hem ongelooflijk leuk en grappig, maar ik las ook wel de Dag Allemaal. Ik wist dus dat hij gescheiden/met kind/Antwerpenaar was. (Dat laatste kon ik ook gewoon horen J) Dingen die niet bepaald in zijn voordeel pleitten.

Maanden gingen voorbij, waarin we elkaar af en toe vluchtig tegenkwamen. Alles veranderde toen we elkaar op 6 juli 2009 tegenkwamen op het lachfestival in Limburg.  Plots werd ik uitgevraagd. Excuseer –verplicht – om een paar dagen later om 16u30 aan het basketbalpleintje van de voetgangerstunnel te gaan staan. Ik was strontzenuwachtig. Ik kende hem niet, ik snapte niet waarom hij me had uitgevraagd, ik was totaal niet op mijn gemak. We gingen van café naar café, we eindigden in de zomerbar. We gingen pas naar huis toen we echt weg moesten. Er waren meer dan acht uren gepasseerd (dat is een werkdag!) en ik had het nauwelijks gemerkt. Ik was ongeveer 27 keer naar de wc geweest, voelde allerlei vreemde insecten in mijn buik en was er niet op gekleed om tot een stuk in de nacht buiten te zitten. Dat was de avond dat het steeds kouder en steeds warmer werd.

Na een paar dagen bewuste radiostilte van zijn kant, mijn moeder die al door had dat ik verliefd was op die kerel van Familie (ik had nauwelijks iets verteld, must have been the sparkle in my eyes), kreeg ik een uitnodiging voor Antwerpen, Gent of verrassing. Uiteraard koos ik verrassing, of wat had je gedacht? We gingen karten in Sint Niklaas, eten in Schoten en uiteindelijk dansen in de Spiegeltent. Blijkbaar heeft hij toen geprobeerd om mij te kussen, maar ik heb daar helemaal niks van gemerkt. Dat heet dan blind zijn of zo. Enfin, alweer fijne avond.

Toen werden het Gentse Feesten en zocht een zekere J. D. een ‘zetel om op te crashen’. Ooh my god, zo doorzichtig. Maar hotel Sofie was al bekend, ik vond het altijd leutig om mensen op bezoek te hebben, dus geen probleem, kom maar af. We hadden allebei andere plannen en zijn elkaar pas lang na zonsondergang weer tegengekomen. Uiteindelijk zijn we samen naar huis gewandeld en hebben letterlijk de hele nacht gepraat. Yes folks, gepraat. Niks foefelare, just talking. We zijn pas in de namiddag weer onder de levenden gekomen, omdat we echt ongelooflijk veel honger hadden. Bananachockske en we konden er weer tegen.

Nationale feestdag, drash national. Een regenbui van jewelste. Mensen kropen in schuilgaten, cafés en portalen, want zelfs met een paraplu was er niks tegen beginnen. Wij bleven gewoon lopen, in de zomerse regen. Mensen hebben zelfs voor ons geapplaudisseerd. We waren druipnat, we hadden even hand in hand gelopen. Een moment waarop mijn gevoelens schreeuwden ‘kus mij’, maar ik er op een manier ook nog niet bepaald klaar voor was. We zijn gaan opdrogen thuis. Daar lagen we in ons ondergoed, nog steeds geen sprake van foefelare, met wel een spanning van hier tot ginder. ‘Helaas’ kreeg ik een beetje later een vriendin op bezoek (hotel Sofie, remember). Die schrok zich een ongeluk, twee mensen in ondergoed en natte haren, dat kan een vertekend beeld van de werkelijkheid geven. Maar in dit geval waren wij gewoon nat (ok, alweer foute woordkeuze). Enfin, het bijna-lief is toen vertrokken, heeft een kleine kus nagelaten op een plek waarvan ik me nog twee dagen heb lopen af te vragen of het mijn wang of mijn mond was.

Nog eens drie dagen later zocht de man opnieuw ‘een zetel om op te crashen’.  En toen hij veilig en wel in mijn  living stond, was ik niet meer te houden. Verliefd ja. Een intense kus ja. “En wat nu?” – “trouwen en kindjes krijgen e”. Wat? Help – gedachten die door mijn hoofd speelden, terwijl ik toch nog eens over mijn lippen voelde en in mijn arm moest knijpen. Ja, het is echt waar.

Hij moest weg, ik ging mee en hij stelde me voor als “dit is Sofie, de vrouw van mijn leven”. Slik. En best heavy, want de eerste woorden na de kus waren al “Ik wil dat je zo snel mogelijk mijn zoon leert kennen”. Terwijl ik de weken ervoor alleen gehoord had dat hij nog nooit iemand aan Mano had voorgesteld. En dat het verdomme lang zou duren, voor dat zou gebeuren. Dit was geen coup de foudre.

Het zijn nu opnieuw Gentse feesten, waardoor alles terugkomt. We zijn een jaar verder. We hebben fantastische momenten gehad, maar ook dikke shit.

Het is verdorie niet gemakkelijk. Ik ben namelijk verliefd geworden op de papa, maar ook op de zoon. En wij zijn behoorlijk close. Toen we vorige week in het park zaten, hoorde ik hem tegen andere kindjes zeggen “mijn mama werkt bij de radio”. En dat ging dus over mij. Voor hem is het duidelijk, hij heeft twee mama’s en twee papa’s. Maar dat maakt mij dus ook een soortement van mama. En dat is allemaal gebeurd zonder zwangerschap of tijd om eraan te wennen, dat was er ineens.

Er is het gigantische Ekeren-Gent-dilemma. Door het geweldige kind kunnen wij niet in Gent komen wonen, maar feit is dat ik een beetje verwelk in Ekeren. Een beetje veel. En we leven nu gewoon op twee plekken, maar in the end is dat niet praktisch en ook geweldig duur. Dus uiteindelijk moeten we daar vanaf. Maar geen Gentenaar meer zijn, ik weet oprecht niet of ik het overleef.

Er zijn ook nog andere problemen, waar ik niet over wil vertellen. Mensen die me goed kennen weten waarover het gaat. En die zijn zwaar om te dragen. Ze blokkeren de dingen en ze zorgen ervoor dat ik soms mijn glimlach verlies.

We zijn een jaar verder. En ik maak een balans op. Soms wou ik dat ik het lief nooit had leren kennen. Dat klinkt hard, maar ik bedoel het met zoveel liefde. Alle ‘miserie’ was mij dan bespaard gebleven en ik had ook niet gemist wat ik niet kende. Ik had niet geweten wat voor een geweldige man het was, wat voor een geweldig gevoel hij mij kon geven, hoe vrij ik me voelde in deze relatie, hoe alles klopte wat in mijn vorige relatie compleet scheefgetrokken zat. Ik had het niet geweten. Ik had nu niet in deze tweestrijd gezeten en had geen dingen meegemaakt, die je normaal op je 26ste niet bepaald tegenkomt.

Ik ben nog altijd zo verliefd, maar van liefde alleen kan je niet leven. Met die realiteit zijn wij bijzonder hard geconfronteerd. Ik ben verzot op ons gezin, maar ik kan het niet verplaatsen naar Gent. Ik heb gevoelens gekregen voor een kind, waarvan ik het niet mogelijk achtte omdat te voelen. Het is niet mijn vlees en bloed, en toch. Het is heel erg heftig en overweldigend. Ik heb niet voor hem gekozen, hij zat bij in het pakketje, maar hij heeft me enorm veranderd. Ik ben geen mama, maar toch ook wel. And that is quite big.

Morgen is het ons officieuze jubileum, zaterdag zijn we echt een jaar samen. En we gaan dat vieren. We zijn deze week eindelijk nog eens een beetje samen, wat ongelooflijk deugd doet na een superdrukke periode van elkaar gewoon afwisselen. Hij werkt superlange nachten, ik werk de dag. Maar nu is er even vakantie. We halen onze schade in, we praten veel, we voelen elkaar. En wat de rest betreft, tijd brengt raad. Om even met een cliché te meppen.

 

Mijn nieuwe vijand: de fruitvlieg juli 19, 2010

Gearchiveerd onder: Mens erger je niet! — sofinesse @ 11:21 am

In de zomer heb ik andere goestingskes dan in de winter. Ik heb bijzonder weinig zin in een kom warme paprikasoep, maar des te meer in slaatjes en fruit. Ik verslind tegenwoordig ook smoothies en een soortement van milkshakes. Soortement, want ik ben nog altijd een beetje op dieet. Op een totaal ander tempo, maar ik probeer het toch vol te houden. Dus mijn milkshakes bestaan uit wat fruit met wat soyamelk, een absolute topper. Maar duidelijk geen ijs, als in room en veel vet en calorieën. Wel superlekker, mmm. Ook fruitsla is tegenwoordig vaak een maaltijd. Mmmm.

Anyway. Veel fruit betekent ook veel fruitafval. Schillen van meloen, bananenschillen, doorgesneden en uitgeperste appelsienen, de hele reutemeteut. En ik ben meestal tegen het platteland (toch voor mezelf, ik ben blij dat anderen daar willen wonen, want anders zou er helemaal geen plaats meer zijn in Gent en de prijzen nog veel hoger en nog veel onbetaalbaarder zijn – maar soit, andere discussie). Een voordeel van het platteland is bijvoorbeeld wel een composthoop in je tuin. Vanachter in de tuin, zodat ge daar geen last van hebt. Lekker handig om je fruitafval in kwijt te raken. Ik zeg maar wat. Op mijn mini-appartementje is daar absoluut geen plaats voor. Een composthoop in je living is sowieso niet echt aangenaam, me dunkt.

Zo komt het dus dat mijn fruitafval gewoon in de vuilnisbak terecht komt. En zo komt het ook dat ik word aangevallen door een legioen, cohorte, bataljon en leger fruitvliegen. Man, wat voor een rotbeesten zijn dat? En hoe snel kweken die? Als ik in de buurt kom van de vuilbak en ik durf het ding zelfs open te doen, dan zwermen de vieze kleine, stinkende, kietelende rotdingen zo in mijn gezicht. En als ik naar sommige delen van mijn muur kijk, zou je denken dat Debbie Travis mij miniscule kleine zwarte bolletjes heeft aangeraden. Not. Het zijn die etters die mijn zomer vergallen.

En het is niet dat ze onder de indruk zijn van mijn scheldtirades, integendeel. Ze zijn geweldig arrogant en moven niet. Zelfs niet als ik in de buurt komt met een vliegenmepper of mijn supergevaarlijke hand. Ze zijn niet echt bang van mij. Ik ga de grote middelen moeten gebruiken. Zoals de stofzuiger. Of zijn er mensen die nog betere ideeën hebben?

Want persoonlijk leef ik niet zo graag in oorlog.

 

Verkeersveiligheid? juli 14, 2010

Gearchiveerd onder: Mens erger je niet! — sofinesse @ 4:03 pm

De teller staat op twee boetes. Samen goed voor 200 euro. 200 euro die ik had kunnen gebruiken om iets anders nuttigs te betalen. 200 euro die ik zelfs had kunnen besteden aan geweldig onnuttige dingen.

Laat ons duidelijk zijn, ik ben een grote voorstander van verkeersveiligheid. Een heel grote voorstander. Maar de boetes die mij ‘overkomen’ zijn, hebben daar weinig mee te maken, me dunkt.

Boete 1: Beervelde, E17, 92 km/u

Vorige zomer hebben ze gewerkt op de E17 in Beervelde, nieuwe geluidspanelen of zoiets. De mensen daar hebben nu minder last van het lawaai, heel erg fijn voor hen maar ik ben wel armer. Even schetsen, de flitser (een onzichtbare vuilbak, geen flitswagen) stond opgesteld meteen achter het bord 70 km/u per uur. Dat betekent aan het begin van de drie versmalde rijstroken, een halve kilometer na het bord 90 km/u. Ik ben daar gepasseerd tussen 10u en 11u, wanneer er geen druk verkeer is. Ik reed op de overgang tussen 90  en 70 92km/u. Oh, zo stout van mij, ik was aan het vertragen. Zo braaf van de lieve arm der wet om de flitser meteen achter het bord 70 km/u te plaatsen. Dan ben je zeker dat iedereen daar nog net hard genoeg rijdt om de staatskas te vullen. Patat, 150 euro.

Het gevolg is trouwens dat ik de rest van de werken (die toch wel enkele weken geduurd hebben) met grote schrik heb gezeten. Ik durfde namelijk niet meer harder dan 70 km/u te rijden op die drie versmalde rijstroken (uit angst om nog armer te worden), maar iedereen scheurt daar wel voorbij. Ik hield dus de hele tijd mijn adem in op de rechterrijstrook, terwijl ik mijn achteruitkijkspiegels vrachtwagens zag naderen waarvan ik zelden geloofde dat ze nog op tijd zouden kunnen stoppen. Elke keer doodsangst, maar braaf de regels gevolgd. En superverkeersveilig. Uhum.

Boete 2: Coupere, 35 km/u

Mijn lieve collega K. had een paar weken geleden een gigantische allergische reactie. Daardoor leken haar ogen op tennisballen en konden we ze moeilijk alleen laten. Ik heb haar dan even naar huis gebracht, voor de veiligheid. Op mijn weg terug naar Nostalgie passeerde ik langs de Coupure, mijn shortcut naar de oprit van de autostrade. Ik zag plots een bemande Opel Vectra met het raam open. En een hele flitsinstallatie. Ik kon bijna goeiendag zeggen tegen de flikken op het moment dat ik ze passeerde. En ik heb meteen op mijn digitale display gekeken: ik reed 38 km/u. Totaal onverantwoord toch, geef toe. Ik ben een verschrikkelijke snelheidsduivel. Ik verdien kletsen op mijn blote poep. Op dat moment dat ik er passeerde was er trouwens geen school open. Vakantie en zo. Terwijl dat toch de goede reden is om daar 30 te rijden.  Bon, er komt 50 euro bij op de teller.

Tot slot is er nog een boete die ik heb aangevochten. Ik ben een brave burger, ik loop ongelooflijk hard binnen de lijntjes, maar een boete krijgen omdat je geparkeerd staat op een carpoolparking, dat vond ik er zwaar over. Aan mijn werk is er een gigantische P+R, die elke dag vol staat. In het midden van de parking – gewoon netjes in de rij – zijn er een aantal parkeerplaatsen die op een verhoogje liggen, laat ons zeggen van zo’n 10 cm. En blijkbaar wordt dat officieel beschouwd als een voetpad en breng ik de voetganger in gevaar als ik daar – in de rij – parkeer. Ik heb op die 40 m² nog nooit een voetganger gezien, tenzij iemand die naar zijn auto stapte. De meeste voetgangers maken geen wandeling op een parking, tss. Compleet van de pot gerukt dus. Dat is de mensen treiteren, niet meer of niet minder. Die 100 euro weiger ik te betalen, een beetje redelijk blijven jongens. En als ik agente V. ooit eens tegenkom, ze zal er niet goed van zijn.

Ik ben dus boos. Want ik heb het gevoel dat ik gestraft word voor iets wat niks te maken heeft met verkeersveiligheid, maar wel met zakkenvullerij. En er zit bijzonder weinig in mijn zak, dus dit doet echt pijn. Had ik al gezegd dat ik boos ben? En overweeg om te stoppen met brave burger te spelen? Bij deze zijt ge gewaarschuwd.

 

De AAC juli 13, 2010

Gearchiveerd onder: Want zo ben ik,Werk — sofinesse @ 8:47 pm

Wat ik niet ga doen, is zagen over het weer. Integendeel, ik ben compleet verzot op deze temperaturen. Het is zweten en plakken, maar de zon schijnt. Het is smelten, maar ik krijg er een kleurtje van. En laat ons eerlijk zijn,  mijn gebruinde versie ziet er veel beter uit dan Sofie de melkfles.

Ik hou niet zo van de winter, op die romantische avonden op het schapenvelletje aan het haardvuur na dan. Ieder seizoen heeft zijn mooie kanten, ik weet het. Maar ik ben een zomermens. Dat vertaalt zich in kleine dingen. Mijn zomergarderobe is bijvoorbeeld vijf keer zo groot als mijn winterkleerkast. Ik krijg maar niet genoeg van jurkjes, rokjes, topjes en felle kleurtjes. Ik ben er nog altijd niet in geslaagd om een dikke pull te kopen. Ik voel me namelijk niet graag een Michelinmanneke. Dan heb ik nog liever kou (ok, I admit, ik ben wel een beetje koppig). Ik heb een afkeer voor kousen en ben blij dat ik die in de zomer niet hoef te dragen. Ik kan op mijn blote voeten te lopen, het meest heerlijke gevoel dat er bestaat. Zomer, mmm. (droomt weg en denkt daarbij mogelijk aan een ijsje met drie bollen, mogelijk)

Over kou gesproken. Ik ben tegen airco. Ik kan geloven dat het voor sommige mensen een geweldige uitvinding is. En ja, ik zou waarschijnlijk hitte haten als ik er elke dag in zou moeten werken. Maar nu zit ik in de kou. En dat vind ik zo mogelijk nog erger.

Nostalgie is bijzonder goed voorzien van een aircosysteem, laten we zeggen, iets tè goed voorzien van koude lucht. Waardoor ik verplicht ben om een truitje mee te doen naar het werk (als ik niet wil dat de konijnen de hele dag tegen den draad zitten) en zelfs vaak met een sjaal aan mijn bureau zit. Inderdaad, een trui en een sjaal. Bovenop mijn flashy zomerjurkje en sletsen. En dat terwijl er buiten een hittegolf aan mij voorbijgaat. Als ik ’s avonds buiten stap (na een dag hard mijn droomjob doen), valt de warmte ook echt op mij. En dan ben ik altijd een ietsiemieniepietsie droevig dat het gemist heb. Omdat ik niet de hele dag in mijn bikini op de Blaarmeersen heb gelegen. Al besef ik dat ook dat na een tijdje zou vervelen – het gaat er om dat ik gewoon nogal graag buiten ben als het mooi weer is.

Ik haat airco. Het vervelende geblaas van onaangenaam frisse lucht, ik haat het. Om nog maar te zwijgen van het feit dat airco een broeihaard is van vallingen en snotaanvallen. Ik ben er tegen.

En daarom rebelleer ik. In de auto weiger ik het bijvoorbeeld op te zetten. Ik zet gewoon alle ramen open om de hete wind in mijn haren te voelen. Lekker ouderwets . En ja, dat betekent meestal dat ik de radio niet echt meer kan horen als ik op de autostrade rijdt (amper 80% van de rit meestal). En ook al betekent dat zelfs soms dat ik het te warm heb. Maar dat neem je erbij. Ik voel tenminste echt de zomer.

Want ik ben tegen airco. En als er mensen zijn die bij die graag bij de AAC (anti-airco-club) willen komen, altijd welkom. Lidmaatschap is volledig gratis.

 

 
Volg

Get every new post delivered to your Inbox.