Sofinesse

Een blik in mijn leven, op het leven, op de wereld en alles wat daar rond staat te springen

Van de Vlaamse acteur op de Vlaamse scene februari 18, 2011

Gearchiveerd onder: Er zijn zo van die dingen,Gent,Mens erger je niet! — sofinesse @ 10:23 am

Ik hou van het theater, dat mag wel duidelijk zijn. Ik heb ooit nog tranen met tuiten gehuild omdat Dora van der Groen mij afgewezen had, wegens te groen achter mijn oren (ze had gelijk, daar niet van, maar ik zag mijn hele podiumdroom in elkaar storten en was daar niet tegen bestand). Dagen lang heb ik gehuild, tot uiteindelijk mijn eerste grote liefde de tranen heeft gedroogd. Het theaterluik is kleiner geworden in mijn leven, maar ik ben nog altijd een podiumbeest.

Ik hou van het theater, dat is wel zeker. Ik word nog altijd een ongelooflijk gelukkig mens van de spanning van de bühne en de adrenaline van het publiek. Ik heb het theaterpodium wat omgebogen. Ik sta vaker langs de zijlijn te ‘presenteren’, maar het kriebelt al een paar jaar serieus om mijn tanden nog eens te zetten in een stevige rol. Om nog eens te voelen en te proeven. Te genieten van mijn microbe.

Ik hou van het theater, daarom hang ik er ook zo graag rond. De sfeer die in een theaterzaal hangt is zo heerlijk. Wat je ziet en meemaakt, is uniek. Elke voorstelling is net dat tikkeltje anders, door de dynamiek van de acteurs en het publiek. Dezelfde ingrediënten, maar anders gekruid. Ik laat me zo graag betoveren door de magie, meevoeren met de woordenstroom en beeldsterkte, warm worden van de sublieme acteerprestaties. Ik ben fan, grote fan.

Het is niet zo dat ik elke week of zelfs elke maand naar het theater trek, maar ik probeer elke gelegenheid die mij overkomt mee te pikken. Meer zou misschien gevaarlijk zijn. Want elke keer als ik daar buiten stap, denk ik erover om mijn hele leven om te gooien en volledig voor kunst met de grote K te gaan leven. Om opnieuw naar het conservatorium te trekken, voor een tweede kans (ik vind mezelf al behoorlijk minder groen achter de oren). Ik moet mezelf tijdens de voorstelling soms haast vastbinden om niet mee op de scène te springen, zo groot is de goesting.

Ik hou van het theater. Ik ben zot van theater. Zot. Lief. Zot.

Maar er moet me toch iets van het hart. Omdat het me gewoon ergert. Onlangs ben ik namelijk weer gegaan, met mijn theaterbuddy. We waren niet weggeblazen door Kinderen van de Zon in het NTG, maar het was sterk gebracht en de scenografie was mooi. We hebben ook een geweldig leuke avond gehad. Dat is op zich al de max.

En u moet weten, ik ben allesbehalve een flamingant. Werkelijk. Maar als ik naar het theater ga in mijn achtertuin in Gent, dan heb ik niet veel zin om 70% Hollanders op de scene te hebben staan. Ik wil dat dan niet horen. Mijn oren fluiten dan van de overvloedige tweeklanken en harde g’s. Wij hebben toch genoeg geweldige Vlaamse acteurs?

Enfin, dat moest ik even kwijt. Dat mag toch e?

 

That’s why februari 10, 2011

Gearchiveerd onder: Mens erger je niet!,Thuis en al — sofinesse @ 10:07 pm

I need a bigger kitchen

Or a kitchen altogether.

 

Sprookje januari 20, 2011

Gearchiveerd onder: Mens erger je niet!,Want zo ben ik — sofinesse @ 7:25 am

Er was eens een man die altijd eerlijk was.

The credits zijn hierboven voor Herman De Coninck. Maar het komt meteen tot de kern van de zaak, altijd eerlijk zijn dat is niet mogelijk. Dat is volgens mij zelfs gevaarlijk.

Maar toch. Ik probeer het wel. Tot met-mijn-kop-vaak-tegen-de muur-lopen toe. Want ik heb een probleem, ik ben een beetje te eerlijk. De uitdrukking “uw gezicht spreekt boekdelen” is zo ongeveer voor mij uitgevonden.

Laten we duidelijk zijn, ik vind eerlijkheid één van de allerbelangrijkste waarden van het heelal. Bij mij kan er veel, zolang het maar out in the open is. Geen doofpot, geen gedoe, gewoon de waarheid. En die kan soms hard zijn en soms een beetje verbloemd worden voor de goede zaak, maar die blijft in de kern altijd de waarheid.

Ge kunt er dus zeker van zijn dat als ge aan mij vraagt “Wat vindt ge van mijn nieuwe kapsel?”, dat ge echt gaat weten wat ik van uw kapsel vind. Ik ga waarschijnlijk niet zeggen “het ziet er alsof ge juist uw bed gestapt bent en daar 320 V op stond en ge daarna onder een pot verf bent gelopen.”. Maar wel dat het misschien niet bij de vorm van uw gezicht past of dat ik veel meer fan was van het vorige. Of dat het wennen is, maar dat ik het oprecht mooi vind. Wat ik dan ook echt meen.

Ge kunt mij ook gerust mee nemen op een shoppingtrip. En niet alleen omdat ik alle regels van Trinny&Susannah ken en plezant in de omgang ben. Omdat ik u gewoon zeg, nee, dat staat u echt niet. Wat ik meteen constructief goed maak met een ander voorstel dat u wel zou staan én bovendien immer budgetvriendelijk zal zijn. Geef toe, dat is een winner.

En ja, natuurlijk roddel ik ook. (Hallo, ik ben een vrouw – ik ben genetisch belast met het roddelgen). Maar ge gaat mij er niet op betrappen dat ik het in uw gezicht anders zeg. Ook de uitdrukking “man en paard zeggen” is voor mij uitgevonden (Gek he, dat ze zoveel jaren geleden al wisten dat ik zo ging zijn en dan speciaal al een zegswijze hebben uitgevonden)

Eerlijk waar, ik ben voor eerlijkheid. En openheid. Zelfs een beetje te veel volgens de gangbare normen. Maar ik ben wie ik ben, altijd en overal. Take it or leave it.

Helaas merk ik dat het op sommige momenten dat niet zo goed past, dan moet je professioneel zijn of is het veel slimmer om gewoon te zwijgen of moet je opletten wat je tegen wie zegt, want niet iedereen is eerlijk.

Het is soms echt heel vermoeiend om eerlijk en open te zijn. Mensen vinden dat het niet hoort. Want we zijn opgegroeid in een maatschappij waar je je ogen moet sluiten.

Nee, ik zeg niet op wie ik stem. Nee, ik laat niet zien dat ik het misschien een beetje moeilijk heb, want dat hoort niet. Nee, de geestelijken met een hoek af hebben niks verkeerd gedaan, ze handelden uit liefde voor God. (En liefde voor het kind of wat?). Nee, ik zeg niet dat ik graag de Story lees want het is cooler om te zeggen dat ge Knack-lezer bent. Nee, ik zeg niet hoeveel ik verdien. Nee, ik zwijg.

Excuse me.

Ik vind dat allemaal dikke zever.

Recht door zee. Eerlijk duurt het langst.

 

Brr rrr…rrrr… december 22, 2010

Gearchiveerd onder: Gent,Mens erger je niet!,Thuis en al — sofinesse @ 8:34 pm

Dat het koud is in mijn hart, dat kon u hier al lezen. Maar ook met de rest van mijn lichaam is het temperatuursgewijs niet bijzonder goed gesteld. Dat komt omdat het winter is en ik die zonder chauffage probeer door te komen.

U hoeft niet meteen beginnen te roepen, het is ook mijn eigen schuld. Ik woon op een heel klein, supergezellig en goedkoop appartementje in hartje Gent. Ik woon hier supergraag, maar er zijn wat mankementen. Het is oud, niet goed geïsoleerd en nog minder verwarmd. Ik heb een hal, slaapkamer, badkamer en living/keuken. Maar alleen dat laatste is verwarmd, of was verwarmd. Er staat hier een heel oude gaskachel, die drie winters geleden wat raar begon te doen. (Op het moment dat ik hier kwam wonen)

Eerst was er een vieze geur, daarna prikkeling aan ogen en neus. Het ding dan maar afgezet en geklaagd bij de huisbaas. Die liet me prompt weten dat het niet zijn probleem is. De kachel is losstaand, als ze kapot is moet ik ze maar zelf laten maken. Nu, ik ben nogal koppig en vind niet dat ik huur betaal om dan zelf de verwarming te herstellen. Maar bon, blijkbaar is er discussie mogelijk.

Vorige winter heb ik geprobeerd om het even op te lossen met een elektrisch vuurtje, maar daar bleken de verouderde leidingen niet tegen bestand. De zekeringen brandden gewoon door. Vorig jaar had ik halftijds ook een warm appartement in Ekeren, dus was het allemaal draaglijk. Maar nu zit ik hier. In de kou. In een deftige winter.

Ik heb de schouw laten kuisen en de kachel dan weer aangezet. Maar na een week merkte ik dat ik tekeningen kon maken op mijn witte meubels. Tekeningen in het roet. Ik heb een dag gepoetst en durf het ding nu niet meer op te zitten. Ergo, ik zit in de kou. Ik schat dat het hier een graad of 7 à 10 is.

Ik ben een stoere en ik zeg dat het allemaal wel ok is. Maar om eerlijk te zijn is niet meer zo draaglijk. Douchen in de koude (met lauw water, want ook de boiler heeft mankementen) is een marteling, ik kan wolkjes blazen in mijn eigen living en terwijl ik dit typ zijn mijn vingers alweer verkleumd. Ik moet er echt iets aan doen. Moet.

Maar.

Ik vind nog altijd dat het niet mijn verantwoordelijkheid is, maar wel van die omhooggevallen, gierige huisbazen (die trouwens de helft van het Casinoplein bezitten, dus zeker geen problemen hebben). Ik ben heel erg bang voor de kosten die het met zich meebrengt. Een nieuwe kachel kopen en een loodgieter om het te installeren, dat is gewoon te veel voor mijn portemonnee. En bovendien ben ik stiekem ook bang voor mijn energiekosten die de hoogte gaan inschieten als ik effectief ga verwarmen. En het is allemaal zo’n gedoe, waar ik gewoon geen zin in heb.

Maar het wordt precair. Want het gemoed is al niet altijd super, maar van in de kou zitten wordt dat niet bepaald beter. Dus geef me maar een schop onder mijn kont. En voor die vastvriest aub.

Met speciale dank aan mijn geweldige buurvrouw K, die me helpt waar mogelijk met haar fantastische en warme huis. En nog veel meer.

 

“Wij zijn open” december 7, 2010

Gearchiveerd onder: Gent,Mens erger je niet! — sofinesse @ 10:15 pm

Ik erger me blauw aan winkels die hun deuren wagewijd openzetten en dan de verwarming volle bak opzetten. Je kent dat wel, je gaat een winkel binnen en stapt als het ware door een warmtegolf. Net hetzelfde in de zomer trouwens, dan kan je van sauna naar frigo gaan, gewoon door de H&M binnen te stappen.

In deze tijd van milieuvriendelijkheid en passief wonen en ‘we proberen zuinig om te springen met energie’, zijn er dus winkelketens die de energie gewoon door ramen en deuren naar buiten gooien (Let op de woordkeuze, want het is vrij letterlijk in dit geval). En dat is niet alleen geweldig belachelijk, dom, wraakroepend en verspillend – dat is ook gewoon vervelend. Want als ik ga winkelen bij deze temperaturen, dan ben ik meestal goed ingeduffeld. En als ge dan een of andere sauna (lees: grote winkelketen) binnenstapt, is dat niet zo aangenaam. Dan krijgt ge het algauw ongemakkelijk warm. En dat is duidelijk een niet aan te raden ‘staat-van-zijn’.

Ik was dan ook blij te merken dat het ein-de-lijk koud genoeg geworden is voor die warmteverspillingswinkels om de deuren dicht te doen. Een absolute aanrader om de warmte (en de stookkosten) binnen (de perken) te houden.

Toen ik gisteren in de Veldstraat liep, was ik dan ook blij dat ik hier en daar nog eens een deur kon openduwen. Maar ook beledigd, dat er bijna overal een briefje hing:

“Wij zijn open”

Wat denken die winkelketens? Dat wij koopkrachthebbende mensen te dom geworden zijn om een deur open te doen? Dat wij niet verwachten dat een winkel op een doordeweekse dag tussen 10u en 18u in de Veldstraat open is? Dat wij denken dat ze gesloten zijn als er volle bak lichten branden, winkeljuffrouwen rondlopen en andere winkelende mensen?

Ik word daar dus kwaad van. Dat er een briefje moet hangen om de klant er op te wijzen dat hij of zij nog eens ambachtelijk de deur mag opendoen. Tss.

 

Dat er zotten op de baan op zijn december 4, 2010

Gearchiveerd onder: Mens erger je niet!,Rapporteren — sofinesse @ 9:47 pm

Ok, ik ga deze blog gewoon even kei hard misbruiken om mijn frustratie te uiten over al de gevaarlijke zotten die dezer dagen compleet negeren dat het sneeuwt, ijzelt en vriest en het feit dat dat de manier waarop ge met een auto rijdt lichtjes verandert.

Ik ben een verkeersmeisje, ik raad de mensen via de radio aan om thuis te blijven bij deze weersomstandigheden. Maar het was van de week onmogelijk om mijn eigen raad op te volgen. Ik heb – uitgerekend deze week, I know – ongeveer het hele land doorkruist. Ik heb onder andere in Anderlecht, Maasmechelen, Leuven, Kortrijk, Gent, Antwerpen en OLV Waver gezeten – de vijf provincies mooi aangedaan. Het onvermijdbare neveneffect daarvan is, dat je veel op de baan bent.

En daar zie je wat, op die baan. Man, man, man. Ik ben net van Mechelen naar Gent gereden – en ik was bijna uit mijn auto gesprongen om heel hard achter die zotten te lopen (een theatrale, wanhopige en stevige loop) en terwijl te roepen “onnozel*, stuk krap* en andere dingen”. Maar ik zou ze nooit kunnen inhalen, want ze rijden namelijk verdomd hard. (Zelfs niet met een theatrale, wanhopige en stevige tred)

Er zijn gekken die gewoon de snelheidsmaxima blijven aanhouden, ongeacht de staat van het wegdek of wat er op dat moment uit de lucht aan het vallen is. Inderdaad, het soort dat rustig 120 blijft rijden op de autosnelweg terwijl je door de sneeuw zelfs niet meer kan zien op welke rijstrook je aan het rijden bent. Zelfs niet ziet hoeveel rijstroken de baan nu precies heeft. Dat is dus gevaarlijk he maat (maat, omdat ik een ander scheldwoord krampachtig probeer te vermijden – wat heel erg moeilijk is).

Ik weet ook niet wat ik die camionneur toewens die mij zonet op de volledig besneeuwde linker(!)rijstrook voorbijzoefde, maar het zal geen zalige kerstmis zijn. En de debiel die daarnet op een spekgladde secundaire weg graag wilde tonen hoeveel pk zijn auto wel niet had, die mag wat mij betreft ook branden in de hel.

Want lieverds, dat ge zelf graag gevaarlijk doet, dat mag allemaal. Maar ga dan ergens aan een half doorgezaagd benjitouw liggen bungelen. Blijf aub van de weg, waar andere gezonde en wel verstandige en rijvaardige mensen rijden. Die mensen hebben soms kindjes in de auto zitten, een partner die thuis zit te wachten of andere kostbaarheden. En als gij uzelf graag wil doodrijden – onnozelaar – doe dat dan aub op uw eigen, maar betrek er geen andere mensen bij. Dankuwel.

 

 

 

De nachtronk november 15, 2010

Gearchiveerd onder: Gent,Liefde,Mens erger je niet! — sofinesse @ 10:54 pm

Ik heb maar een paar basiseisen om te slapen: een bed met genoeg lengte en breedte, zo weinig mogelijk insecten en andere dieren, een koude kamer en relatieve rust.

Ik zeg ‘relatieve’ rust, omdat ik ongeveer 7 jaar op een steenworp van de Overpoortstraat in Gent gewoond heb. Naast het welbekende café ‘de π-nuts’. Dat betekende dat mijn bed gewoon meetrilde op de beat van de muziek. En dat ik ongeveer elke nacht getrakteerd werd op dronken studenten die cantussliederen kweelden, echtelijke (en luide) ruzies bij relaties die sinds de 17de pint ontstaan waren en mensen die dachten dat belleke trek nog altijd grappig is. Allemaal meegemaakt. En zelfs redelijk hard doorgeslapen. Oordopjes, mijn vriend.

Ik ben dus geen moeilijke. Ik hoef zelfs geen echt goed bed nodig, ik heb al menige nacht op de grond/matje/gangpad van de bus doorgebracht en zelfs nog redelijk goed geslapen. Ik heb ook geen duisternis nodig, ik kan slapen in volle licht. En er mag best wat lawaai zijn, ik slaap er wel doorheen.

Behalve. Als het over snurken gaat. Ronken, knorren, snurken, grommen, irriteren. Daar kan niet tegen. Niet.

Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik genetisch belast ben. Ongeveer de halve familie is des nachts twee huizen verder ook nog vlot te horen. Tegen bepaalde familieleden kan je je zelfs niet wapenen door compleet aan de andere kant van het huis te gaan liggen. Moest er een decibelmeter in de buurt zijn, er was met zekerheid sprake van geluidsoverlast. Ik snurk dus waarschijnlijk zelf wel eens af en toe (bij vallingen e.d.), maar echt maar heel af en toe. En het is niet mijn schuld, louter de genetica.

Afgelopen weekend waren we op weekend. Ik had, zoals het een goede vrouw betaamt, zorgvuldig ingepakt. Niets aan het toeval overgelaten, voorbereid op ongeveer alles. Alleen een klein detail vergeten: de oordopjes. Auch.

Omdat het lief ‘s nachts werkt, lig ik vaak alleen in bed. Geen last van gesnurk dan. En als het lief er later bij kruipt, ben ik al in dromenland, dan word ik meestal niet meer wakker. (De truc is echt om als eerste in slaap te vallen, voor het snurkmonster toeslaat). Maar zo was het dus niet op weekend. Romantisch samen gaan slapen, werd al snel een drama. Twee volle nachten met een drilboor naast mijn oor. Auch.

Agressief word ik ervan. En verdrietig. En moordzuchtig. Ik begin te duwen, te kloppen en te schelden. Hetgeen het lief trouwens helemaal niet opmerkt, die knort rustig verder. En ik word ongelooflijk wanhopig. Ik begin dramatisch – als in ‘met het nodige drama’ – te woelen. Te zuchten. Net niet te huilen (en soms zelfs net wel – uiteraard ook met het nodige drama). Afgelopen weekend kon ik geen kant op. Er was wel een zetel in de living, maar daar was geen deken en ook een irritant tikkende klok (ja, tegen dat soort geluid kan ik dan weer niet – nobody is perfect). Ik moest dus wel naast de drilboor blijven liggen, geen andere optie. (Diezelfde drilboor heeft vannacht trouwens ook weer een paar boompjes neergelegd. En mijn oordopjes bleven niet zitten. Auch, again.)

U begrijpt dat ik doodmoe ben. Het is namelijk ongelooflijk vermoeiend om in uw slaap dramatisch te doen en agressief te zijn.

En toch, ik ben tegen aparte kamers. Wat blijft er dan nog over van de romantiek? Of zou dat toch waar zijn dat nachtronkers elkaars bij het slapen beter uit de weg gaan – dat het beter is voor de relatie? Wat denkt u ervan?

 

Die keer dat ik mijn auto niet meer vond november 6, 2010

Gearchiveerd onder: Mens erger je niet!,Rapporteren,Werk — sofinesse @ 7:01 pm

Af en toe mag ik met de Nostalgie-auto rijden. Dat is een knaloranje Nostalgie-bestickerde mini-cooper, een blits ding. De prijs die je betaalt is een werkdag die begint om 5u30, lijkt me redelijk. De week dat ik er mee rondrijd, mag het lief met mijn auto rijden.

Als ik op het einde van de week de mini weer moet inleveren, brengt het lief mijn auto meestal naar Nostalgie of pikt me op aan de tramhalte. Nu hadden we afgesproken dat hij de auto aan de tramhalte zou parkeren, waar ik dan weer kon vertrekken. In de loop van de dag belde het lief, om te zeggen dat hij op de parking aan de voetgangerstunnel zou staan. Op zich geen probleem, want dat is dicht bij Nostalgie en een collega kon me daar afzetten.

Collega N. zwierde me eruit aan de voetgangerstunnel, ik zocht in de smodderende regen naar mijn auto. Ik wandelde de hele parking af en ook de andere. Ondertussen werd mijn haar nat (dat volgens de kapper twee dagen niet gewassen mocht worden voor de nieuwe kleur) en werd ik steeds ongelukkiger. Want ik vond mijn auto niet.

U leest dat goed, ik vond mijn auto niet. Als in ‘niet’.

Ik probeerde het lief – die overigens beloofd had mij de exacte locatie te laten weten – te bellen, maar geraakte niet verder dan zijn voicemail. En 35 pogingen later was dat nog altijd zo. Ik begon te denken dat ik het verkeerd verstaan had en dat hij misschien op de parking aan mijn werk zou staan. Ik belde diezelfde lieve collega om even te checken dat ze de auto niet zag staan (quod non) en was dan zo zielig, dat ze me is komen halen.

In tussentijd had mijn moeder ook nog gebeld met slecht nieuws. Oma is namelijk gevallen. De medicatie voor de hersentumor heeft haar broze botten bezorgd waardoor die val een gebroken bekken en bovenbeen tot gevolg heeft gehad. Meteen een operatie. Niet goed, en het was al niet bepaald goed. Dit nieuws kwam in de striemende regen terwijl ik mijn auto niet vond.

Ik was al even druilerig als het weer. Ik kon het lief wel wurgen (toch voor eventjes).

Opnieuw op het werk aangekomen, stelde de collega’s voor om de flikken te bellen. Kwestie van zeker te zijn dat hij niet getakeld was. Ik durfde zelf niet te bellen (stel u voor dat hij getakeld was), dus heeft N. gebeld. Even was er paniek toen bleek dat er wel degelijk een auto getakeld was, maar ze niet zeker waren of het de mijne was. Maar gelukkig, loos alarm.

Mijn schat van een collega is dan nog met mij in de file gekropen om mij naar huis te brengen. Ondertussen belde het lief nietsvermoedend en EINDELIJK terug. En ben ik een beetje boos geworden. Een beetje veel boos.

Hoe zou’de zelf zijn?

 

Verkeersagressie in Hasselt oktober 31, 2010

Gearchiveerd onder: Mens erger je niet! — sofinesse @ 2:56 pm

Een gezellig weekendje Lummen – Zonhoven – Hasselt, dat was het plan. Ik heb afgelopen weekend in Lummen namelijk twee concerten gepresenteerd en ondertussen blijven slapen bij vriendin A. in Zonhoven. En gisteren gingen we in de namiddag even shoppen in Hasselt, want zo gaat dat met vriendinnen.

A. zocht een plaatsje op het Kolonel Dussaertplein, één van de weinige plekken in Hasselt waar je gratis mag parkeren. En om een gratis plaatsje doen mensen blijkbaar gekke dingen.

We waren al even aan het rondrijden, toen we twee mensen in de mot kregen die naar hun auto aan het wandelen waren. Om zeker te zijn dat hun plekje van ons werd, ben ik uitgestapt om het plekje te gaan voorbehouden. Tot vriendin A. gedraaid was.

Terwijl de auto uit de parkeerplaats aan het rijden is, sta ik er al naast. Als de auto weg is, sta ik in het centrum van de parkeerplaats. Op dat moment is vriendin A. nog op slechts enkele meters.En dan gebeurt het. Pure verkeersagressie.

Plots komt er een trut in een Mercedes aangereden. Ze draait bruusk A. van de weg en rijdt in de parkeerplaats. Ik glimlach vriendelijk en doe teken dat ik de plaats aan het voorbehouden ben. Maar de trut in de Mercedes (een trut met lelijke bril en twee lelijke tienerdochters by the way) rijdt gewoon verder de parkeerplaats in. Ik denk, hola meiske, ik ga hier niet afgeven hoor. Dus ik blijf gewoon staan waar ik sta. Ik was ten slotte volledig in mijn recht. Ik stond die parkeerplaats al voor te behouden toen dat kutwijf nog niet eens op het kolonel Dussaertplein was. Maar de vrouw rijdt niet achteruit, wijkt geen meter. Ondertussen staat vriendin A. er al vlak naast met haar auto, even verbouwereerd als ik. Ik denk nog steeds, Limburgste trut, ik ga hier niet van die plaats, gij kunt opkrassen. En dan -

Rijdt dat vrouwmens gewoon tegen mijn been – hallo- dat lelijke vrouwmens met twee lelijke tienerdochters en een vreselijk brilmontuur rijdt gewoon tegen mijn been. Mijn been. En ze blijft rijden.

Op dat moment ben ik zo van mijn melk dat ik toch maar uit de weg ga. Ik ben totaal in shock. Dat er zulke mensen bestaan, dat gaat mijn petje te boven. Echt.

En u mag gerust weten dat als vriendin A. niet tot het type BV behoord zou hebben, dat wij er echt waren op gevlogen. Dan hadden wij dat kutwijf serieus wat lappen verkocht. Of op zijn minst krassen op haar auto gezet. Maar wij zijn zo niet. Wij zijn gewoon totaal in shock opnieuw in de auto gaan zitten tot er een ander plekje vrij kwam. Zachtjes wrijvend over mijn verkeersagressiegemolesteerde knie.

 

De Inrichters: een psychologisch drama oktober 17, 2010

Gearchiveerd onder: Mens erger je niet!,Thuis en al — sofinesse @ 6:16 pm

Ik ben nogal een grote fan van interieur en decoratie. Ik ben bijvoorbeeld verliefd op Ikea, ik hou ervan om met weinig geld fantastische dingen te doen, ik word blij van de juiste dingen op de juiste plaats met de juiste kleuren.

Een nieuw interieur-programma op televisie ontgaat me dus niet. Ik zat zondagavond helemaal klaar voor de inrichters. Het concept is simpel: een koppel raakt het niet eens over hun interieur. De ene wil een avonturenvakantie in de jungle van Bolivië, de andere wil alleen maar aan het zwembad liggen in een of ander resort. Zo ver uit elkaar. Maar als de nood het hoogst is, is VT4 nabij. Want het koppel krijgt de kans om in een perfect nagebouwde ruimte compleet hun eigen zin te doen. (Over hoe geweldig veel verspilling dit is, hebben we het niet)

Om helemaal mee te zijn met het verhaal, moeten we eerst even Isabelle en Mathieu leren kennen. Dit lees je op de site van VT4:

Mathieu en Isabel uit Menen zijn zopas getrouwd en ze willen van hun nieuwe huis een gezellige plek maken. Helaas raken ze het al een jaar lang niet eens over de inrichting van de woonkamer. Mathieu is voorstander van een strak en modern interieur zonder overbodige prullen. Maar Isabel wil dat de woonkamer vooral gezellig wordt, met veel theelichtjes, kaarsjes en accessoires.”

We onthouden: zopas getrouwd. Al een jaar lang niet eens. Het betreft hier twee mensen die voor elkaar gekozen hebben voor het leven, maar blijkbaar met diepgewortelde problemen zitten omtrent het interieur. Ik zeg diepgeworteld, omdat ik dat ook bedoel. Dit koppel moet dringend op de sofa, gezien het gewicht dat er aan de woonkamer gegeven wordt in de relatie (en dit komt uit de mond van een decoratie-freak, you can imagine)

Isabelle kreeg hulp van vriendinnen, Mathieu van vrienden. De woonkamer van Isabelle was ok maar vooral doodgewoon, zoals er zovelen zijn. (De interieurdesigners hebben tussendoor wel even het gifgroene tapijt uitgelachen, eentje dat trouwens ook in mijn living ligt. Het zag er inderdaad fout uit in het interieur van Isabelle, maar bij mijn groene muur past het perfect. Perfect zeg ik u.) Mathieu ging vooral voor de vrijgezellenflat. Met rare rode strepen en zwart-witte stoelen. Beide konden duidelijk beter. In het klusproces kwamen trouwens de ouders van Isabelle langs, in beide interieurs. De ouders van Mathieu waren nergens te bespeuren. Dat werd pijnlijk duidelijk toen Mathieu te kennen gaf dat “als zijn ouders waren langsgeweest, die het vast wel mooi hadden gevonden.” Vast wel, Mathieu.

Ik merk nog maar eens op dat het hier om een versgetrouwd koppel gaat.Vers voor elkaar gekozen. Vers ja gezegd tegen elkaar. Onthou dat goed.

Er zijn in het programma ook twee echte designers die het koppel mogen beoordelen. Wie de beste smaak heeft, krijgt dat interieur mee naar huis. Alsof dat een oplossing voor een koppel dat al een jaar ruziet. De ene krijgt volledig zijn zin, de andere mag de hele tijd ongelukkig zijn. En zich doodongelukkig voelen in zijn eigen huis. Goed voor de relatie van het pasgetrouwde koppel dat al compleet op zijn grondvesten daverde over een living, me dunkt.

Isabelle was de winnaar. Je zag de grond onder de voeten van arme Mathieu wegzakken. Het koppel probeerde zich te herstellen als versgetrouwd very much in love koppel. Maar je voelde dat het gewoon meteen fout zou gaan als ze straks nog maar samen in de auto zaten, zonder cameraploeg.

Gelukkig had het programma nog iets achter de hand gehouden. Verrassing, verrassing, ook de topdesigners hadden een woonkamer gemaakt. Dat hadden we ècht niet voelen aankomen. Het versgetrouwde koppel speelde ook heel geloofwaardig de verrassing mee. “Ma vent toch” met de handen voor de mond, was zo wat het enige wat er uit kwam (er zit een hit in, Will, er zit een hit in)

Mathieu zag meteen dat dit interieur de beste zet was. Maar uiteraard twijfelde Isabelle nog. Zouden we voor dit perfect uitgebalanceerde interieur gaan of toch voor mijn eigen ‘goed geprobeerd’? (Als u het toevallig gezien heeft, waar heeft ze die vreselijk lelijke zetel gevonden?). Ze wilden nog even naar haar eigen woonkamer gaan kijken. Maar dat moest ze toch even vragen aan haar verse echtgenoot. Met een angst in haar ogen die leek alsof ze zou vragen of haar minnaar mocht komen inwonen, of zijn schoonmoeder.

Het koppel ging nog een keer terug naar Isabelle’s goed geprobeerd en het meisje zag in dat het het beste was voor haar relatie om voor het interieur van de interieurspecialisten te gaan. En toen werd iedereen emotioneel. Het gekozen interieur was duidelijk niet met de zin van Isabelle en de verse echtgenoot huilde tranen met tuiten omdat Isabelle vooral voor hem het mooiste interieur had gekozen. Wat een geste.

Peoples, we kunnen duidelijk zijn. Dit programma gaat niet over interieur. Dit koppel had veel diepere issues. Op versgetrouwde leeftijd nog wel. Het was veel meer een psychologische diepgraver dan een decoratie-programma.

Desalniettemin zou ik graag meedoen. Al was het maar om dat ik die nieuwe living (die broodnodig is in Ekeren) dan zelf niet zou moeten betalen. En omdat ik dat gewoon echt heel graag doe, zo met andermans geld met interieurdingetjes bezig zijn.

 

Dat er nog veel werk aan is, daar kunnen we het over eens zijn.

 

 

Er moet daar in Ekeren bijvoorbeeld dringend wat verf op de muren.

 

Maar De Inrichters dus, een echte aanrader. In de volgende aflevering zoeken Kurt en Kim naar de perfecte slaapkamer. Kim wil er een boeddhistisch zencentrum van maken, Kurt wil liever een hoerekot. Ik kan nauwelijks wachten.

 

Even om te bewijzen dat het gifgroene Ikea-tapijt wel mooi kan zijn

 

PS: Ik zou van de woonkamer nog iets totaal anders gemaakt hebben

PPS: Merci lieverd, dat jij mij grotendeels laat doen met interieurdinges. I love you for that!

PPPS: We hebben die woonkamer alleen in de Inrichtersloodsgezien. Of Mathieu en Isabelle nu ook daadwerkelijk dat interieur hebben, is een mysterie. Ik verwacht nog een postreportage, waarin ze allebei zeggen dat het nu zoveel beter gaat in hun relatie. Met dat nieuwe interieur. En uiteraard zeggen ze die opluchtende woorden terwijl ze in dat nieuwe interieur zitten. Kleine tip, VT4!

 

 
Volg

Get every new post delivered to your Inbox.